Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Bakkebaarden
Afgelopen weken schreef ik te vaak over de natuur. Ik geef het meteen toe. In mijn depressieve wintergedachten was de lentepleuris uitgebroken. Mijn vaste lezers hebben geduldig gewacht op betere tijden, nieuwelingen zijn wellicht voorgoed vertrokken en vakgenoten stuurden me lieve, maar waarschuwende mails: ‘schat, ga in je wijnkelder zitten en schrijf voortaan daar.’ Nou is dat op zich geen gek idee, ware het niet dat onze ‘wijnkelder’ een ‘wijnkastje’ is en bovendien is het ook niet echt verstandig mij naast rekken vol heerlijke wijnen te zetten. Een ander schreef, ‘hoe vaak landt die Buizerd nog in je tuin?’ en ik besefte dat ik was doorgeslagen. Met mijn pc onder mijn arm toog ik naar mijn armetierige werkkamer waar Gerbrand Bakker, Kluun, Wislawa Szymborska en Ewoud Butter mij zacht fluisterend rugdekking gaven. Het uitzicht: een muur. Hier zou ik voortaan gaan schrijven. Over mijn eerste ‘nieuwe’ onderwerp dacht ik zo lang na, dat de onzekerheden knagend gaten begonnen te vreten in mijn doorgaans overvloedige ideeënstroom. ‘Blijf gewoon dicht bij jezelf,’ mailde een vriendin en ik waarschuwde haar voor de gevolgen van deze goedbedoelde raad. Dicht bij mezelf woedt namelijk een heftige midlifecrisis. Dicht bij mezelf schuiven mannen als vanzelf langs een keurende meetlat. Dicht bij mezelf is ‘het onderwerp’ op z’n zachts gezegd nogal eenzijdig. Gek genoeg hoor ik in mijn omgeving geen enkele vriendin praten over die vrouwelijke midlifecrisis. Wel over de midlife van hun mannen, die met dure auto’s, motoren, gadgets en hippe outfits, de hormonen enigszins proberen te beteugelen. Is de vrouwen midlife een taboe misschien? Gênant? Of ben ik de enige vrouw met zo’n soort crisis? Ik twijfel opeens ernstig aan mijn hormonen die ongevraagd en op de meest ongelegen momenten grommend goedkeuring geven aan ‘lekkere mannen’. Zelfs mijn eigen man – die heus wel wat gewend is - kijkt zo nu en dan verbaasd op. Zou het ooit nog over gaan? Mijn God, ik hoop het! En wel snel graag! Vreselijk vermoeiend die vreemde, ophitsende driften. Niet dat ik nu meteen bloedmooie mannen bespring. Nee! Ik kijk. Een piepklein voordeel: mijn veldonderzoek levert bijzondere info op. Zo heb ik gezien dat veel ‘smakelijke’ mannen zonder sokken in hun schoenen over straat gaan. De wreven die ik spot zijn te wit, te bultig, te harig, voorzien van kabeldikke spataderen, het begin van plompe enkels of juist ielige twijgjes. Deze voeten wil je absoluut niet in z’n geheel zien. En dan heb ik het nog niet eens over wat er allemaal boven zit en hangt. Opeens besef ik dat slecht kleedgedrag sowieso een handige graadmeter is. Ik vraag me namelijk nooit af WAT er schuilt onder korte hemdsmouwen, driekwart broeken met van die touwtjes in de zoom of een ANWB regenjack. Scheelt enorm veel tijd, want het gros van de mannelijke bevolking draagt het. Dat geldt trouwens ook voor bakkebaarden. Niet iedere man komt goed weg met die tochtlatjes. Ze zijn dan misschien wel hip, maar ook hier geldt, je kop moet erbij passen. Vraag even aan je kapper of je er een hoofd voor hebt. Hij zal waarschijnlijk stilzwijgend het scheermes pakken en een ouderwets driehoekje onder je zuinig gespaarde bakkebaarden tevoorschijn schrapen. En hopelijk neemt hij die drie-dagen-baard dan meteen mee. Woest aantrekkelijk hoor, nonchalante gezichtsbeharing. Als je het uiterlijk hebt van Clint Eastwood of een van deze 100 sexy mannen!

Reageer op deze column...


Geschreven op 26 april 2010
 

Sitemap