|
|
| |
Column
Beste vriend
“Wie is je beste vriend?” “Mijn beste
vriend?” Ik ben even van mijn à propos. “Mijn
beste vriend,” zeg ik sneller dan mijn gedachten
kunnen formuleren, “is mijn hond.” “Je hond?”
“Euh, ja, mijn hond. Vind je dat raar?” “Nogal
ja. Behoorlijk raar zelfs. Kun je dit
uitleggen?” Ik staar uit het raam. “Uitleggen?
Nou vooruit dan maar. Mijn hond is
pretentieloos, trouw, aanhankelijk en eerlijk.
Altijd en iedere dag.” Ik praat met een
vriendin. In een gezellig eetcafé. Ze kijkt me
aan en maakt haar ogen groot. “Dus,” zegt ze,
“je hond is je beste vriend?” Ik knik. Ja! Ze
begint te lachen. Charmant en aanstekelijk. Ik
lach ook. Als een boer met kiespijn. Ik weet het
weer. Eerst nadenken, dan antwoorden. Die
volgorde is belangrijk. Ik vergeet het altijd.
Iedere keer als iemand mij een interessante
vraag stelt, heeft mijn mond alweer gesproken
voordat mijn hersenen hebben nagedacht. Hoeveel
mensen heb ik in mijn leven al verbijsterd
achtergelaten met antwoorden die buiten de
maatschappelijke verwachtingsnormen lagen? Oei!
Ontelbaar waarschijnlijk. Ooit zei ik tegen een
vriendje waarmee ik een relatie van negen
maanden had gehad dat mijn nieuwe vriendje in
negen dagen hetzelfde voor me was gaan
betekenen. Niet echt tactisch. Ik weet het. Maar
het vloog eruit. Hops, alsjeblieft. Doe ermee
wat je wilt. In de kroeg waar ik mijn
slip-of-the-tong deponeerde, reisden de woorden
razendsnel van de een naar de ander. En nu sta
ik weer eens in de kroeg. Ter ere van mijn
veertigste.
De omhelzingen zijn intenser dan ik me had
voorgesteld. Vrienden uit verre oorden en uit
een ver verleden sluit ik in
mijn armen. Ik ben nu one-of-the-guys. Veertig.
Een leeftijd die wonderbaarlijk goed bij me
blijkt te passen. Beter dan mijn beste
verspreking, beter dan mijn beste outfit, beter
dan,...ja wat? Ik ben veertig en voel me
veertig. Eigenlijk, denk ik, een dag na de party
ben ik al mijn hele leven veertig. Sorry mannen van
vijftien, zestien, twintig en dertig, waar ik
ooit mee was, jullie hadden een vrouw van
veertig,
ook al zag ik eruit als vijftien, zestien,
twintig of dertig. En nu? Nu ben ik het en hoor
mezelf zeggen dat mijn hond mijn beste vriend
is. Tsja,...
De springplank van het leven brengt me in een
tel bij mijn eigenheid. Dus, ga ik niet meer
vragen om bevestigingen. Niet meer afwachtend
toekijken hoe anderen met de snelheid van een
opgevoerde brommer langs mijn leven scheuren.
Niet meer ‘ja’ zeggen als ik ‘nee’ bedoel. Niet
meer onzeker zijn, terwijl ik van binnen barst
van het zelfvertrouwen. Oppassen dus! Vrouw van
veertig in aantocht.
Ik denk dat ik ga lesgeven. Aan jongeren.
Lesgeven in die felbegeerde “eigenheid”. Wie je
bent, draag het uit. Wat je kunt, laat het zien,
wie je wilt zijn, geef het aan. Wie is je beste
vriend? Mijn leeftijd. Hij en ik zijn vrienden
geworden. Alle lachrimpeltjes ten spijt!
Voortaan zijn wij een onafscheidelijk duo. Pas
maar op!
Reageer
op deze column...
Lees
ook de nieuwe gedichten van deze week...
Geschreven op 29 november 2009 |
|
|
|