|
|
| |
Column
Bidprentje
De foto is A4 formaat en hangt op ooghoogte. Er
staat een oudere man op met een net overhemd en
een donkere stropdas. En een bril geloof ik. Het
is de man des huizes. Of wás moet ik eigenlijk
zeggen, want hij is dood. Dat denk ik tenminste.
Ik loop dagelijks langs het chique
appartementencomplex en op de begane grond kijk
ik iedere keer in de ogen van meneer. Hij hangt
daar wel mooi. Goed uitzicht ook. Midden in de
ruime, klassiek ingerichte woonkamer. Vlak naast
zijn favoriete leunstoel van groen velours De
blik naar buiten gericht. Mevrouw zie ik nooit.
Ik ga er vanuit dat mevrouw er nog woont. Van
wie is die meneer anders geweest? Oké, hij kan
een vriend gehad hebben. Nee! Ik denk dat het
een mevrouw is. Maar waar is ze? Zit ze met haar
rug naar het raam in een stoel die ik niet kan
zien misschien? Met haar gezicht naar meneer?
Zodat het lijkt alsof hij er nog een beetje bij
is. Als ze koffie drinkt. En met een bordje eten
op schoot journaal kijkt. Het kan. Of is ze in
de slaapkamer aan het borduren? Uren, dagen,
ontspannen en met vaste hand de meest bijzondere
patronen op tafelkleden, kussenslopen en
theedoeken borduren. Mogelijk. Ik denk dat ze
een goed huwelijk hebben gehad. Meneer en
mevrouw. Anders wil je toch niet de hele dag
naar zo’n foto staren. Wat ik me dan afvraag is
of ze voor de dood van meneer hebben afgesproken
welke foto de muur zou moeten sieren? Of heeft
mevrouw na zijn dood gewoon de foto van het
bidprentje laten vergroten en ingelijst? Ik moet
ook altijd even naar de tussendeuren van de
woonkamer kijken. Dat zijn van die ingeslepen
glasdeuren. Op de tekening staan vogels. Grote
statige vogels. Een soort flamingo’s. Als de
deuren gesloten zijn is het een verhaal. De ene
vogel klapwiekt met zijn enorme vleugels. De
andere maakt zich zo groot mogelijk. Een
paringsdans? Staat er een glasdeur open dan heb
je de helft van het verhaal te pakken. Gelukkig
heb ik het hele plaatje gezien. Het leven van
meneer en mevrouw pruttelt zo’n beetje verder in
mijn hoofd. Ik ruik de geur van te lang gekookte
spruiten en versnel mijn pas. Nog tien minuten.
Dan ben ik thuis. Lekker. De hond heeft het
geloof ik ook wel gehad met mijn gepeins. Hij
kijkt steeds of hij wil zeggen: ´kom op zeg,
terug naar de realiteit.´ Hij heeft gelijk.
Beter is het de meneer te laten voor wie hij
was. En mevrouw ook. Ze zit vast al aan de
spruiten. Met een lapje fricandeau en twee
aardappels. En een weinig jus. De lijn hè.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 09 maart 2009 |
|
|
|