Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Carnaval
Wintersport en carnaval,..ze zijn broer en zus. Tenminste als je in Oostenrijk gaat skiën. Met een beetje fantasie herleven de Oostenrijkse ‘popsongs’ in je hoofd als rasechte Hollandse carnaval-schlagers. Al weken luisteren mijn kinderen en ik in de auto naar radio Hollandia. Ik weet het. Fout. Helemaal fout. Maar daar trekken wij ons lekker niets van aan. Je komt in de stemming, hoewel sommige liedjes echt hilarisch zijn. Zo keek mijn tweede zoon me grijnzend aan toen er een song voorbijkwam met de illustere tekst: ‘je bent een trut’. Hij zei niet veel, die zoon dan, maar ik zag zijn ogen en wist genoeg. Na vijftien keer dezelfde zin (doen ze niet moeilijk over bij Hollandia) zette ik de radio zachter. Zoonlief begreep het wel geloof ik. Toch een beetje alsof je je in je eigen auto laat uitschelden door een of ander rotjoch. Enfin. We zijn nog steeds fan van die rechttoe-rechtaan-hopsa-denk-maar-nergens-aan muziek. Dat rare lied hebben we nadien nooit meer gehoord. Gelukkig. In ons Oostenrijkse skihotel kwam jaren geleden zo’n twintigtal Oostenrijkse carnavalvierders langs. Mannen verkleed als heksen met maskers waar kinderen voor de rest van hun jonge jaren ’s nachts regelmatig van wakker schrikken. En carnavalspakken gemaakt van kaplablokjes. Erg leuk. Als je boven de twintig bent dan. Onze kinderen waren nietsvermoedend een beetje aan het rondlopen. Zoals de meeste kinderen in hotels dat doen als het toetje op is. Sommige ook al eerder, maar die noemen wij dan heel gemeen....Ach ja. De jongste zoon, toen twee jaar, vloog als een komeet bij mij op schoot en had een hartslag waar ze op de EHBO meteen rustgevende pilletjes voor onder je tong leggen. De karavaan verklaarde de paniek. De mannen, met harige benen en een jurk (wat een humor) hadden van die platte flesjes (hoe heten die ook alweer) met sterke drank bij zich. De heksen tasjes met van die keiharde snoepjes waarmee ze je in Duitsland om je oren gooien tijdens de optocht. Natuurlijk hoopten we dat de mannen snel zouden ophoepelen, maar ook hier gold de Wet van Murphey. Ze kwamen onze kant op. Zucht. Het kind was inmiddels helemaal verdwenen tussen de beschermende boezem. De mannen in aantocht. De gewoonte is dat ze mannen, maar ook vrouwen, een harde klap op de rug geven en dan als soort van troost uit het flesje laten drinken. Mijn lief was als eerste aan de beurt. Ik siste nog, ‘drink die hele fles leeg dan is het tenminste op voor ze het aan mij geven’, maar hij nam, bescheiden als hij is, één slokje. Très bon. De klap op mijn rug viel mee. De fles al uitnodigend voor mijn mond. Nou ben ik niet flauw. Alcohol, ook sterke, kan ik hebben. Maar dit spul was dubbel, trippel en dan 99,9%. En met die handicap op schoot, die inmiddels meer dood dan levend leek, moest ik, onder luid gejoel drinken. Pffff. Het brandde lekker na. Dat is waar. En de kinderen kregen veel snoep. Uit alle tasjes, handenvol. Als toegift deden ze ook nog een of andere ‘lederenhosen’ dans. Dat klinkt best grappig met duizend kaplablokjes aan je pak. Na tien minuten had iedereen een kater. We dropen af. Via de achteruitgang. En moesten praten als Brugman om de schrik uit die kleine lijfjes te verjagen.

Reageer op deze column...


Geschreven op 18 februari 2009
 

Sitemap