|
|
| |
Column
Crazy
We hadden thuis een aantal goede rituelen.
Een daarvan was iedere zondagochtend tijdens het
ontbijt de naald op het vinyl te zetten. Altijd
dezelfde plaat. Iedere kras heeft zich mijn
herinnering gezet. Papa heeft onze
grijsgedraaide lp op cd laten zetten. Dat is
mooi. Nu herleeft ons zondagochtendritueel daar
waar we maar willen. Broerlief en ik kregen de
cd officieel overhandigd. Vrögger. Vroeger. Long
time ago. Geweest en toch voor altijd heel
dichtbij.
Ik draai de cd als ik alleen in de auto zit. De
kinderen hebben het een keer gehoord en krijgen
spontaan jeuk van mijn sentiment. Bovendien
kunnen ze niet tegen het getik en geruis, de
krassen van de lp staan natuurlijk ook op de cd.
Deze cd-generatie wil gepolijste muziek,
volmaakter dan een life optreden, gestylder dan
een fotomodel op de catwalk. Bovendien vinden ze
de liedjes ‘stom’. Dat kan ik me wel
voorstellen. Ze zijn misschien ook ‘stom, saai,
ouderwets en niet-cool’, maar het zijn wel mijn
liedjes. Het register ‘thuis’ gaat maximaal open
als ik de liedjes hoor. Ik zie mezelf als
zesjarige weer ijverig rolletjes maken van vleeswaren,
thee zetten en brood roosteren in zo’n
levensgevaarlijk openklapgeval waar je met je
vork tussen de gloeiende draden verstrikt kon
raken. Het waren de jaren 70. Van salmonella had
nog nooit iemand gehoord. Onze opa´s dronken af
en toe ´s ochtends een licht geroerd, rauw
eitje, uit een glaasje. En wij, wij kregen van
papa geklutste eieren. Ik wilde het rauwe ei met
suiker stevig geklopt. Een grote beker schuim
werd het dan. Broerlief wilde een dikke laag
‘snot’ onderin. Zondagochtend. Nu mogen onze
kinderen zelfs niet meer likken van beslag waar
rauwe eieren inzitten en vliegen de boterhammen
perfect geroosterd uit machines met blauwe
tiptoetsen.
De liedjes die we luisterden in die tijd gingen
over liefde, overspel en andere
grote-mensen-onderwerpen. We kenden ieder woord.
De betekenis ontging ons. Gelukkig maar. In de
kraamtijd van de eerste hoorde ik mezelf zingen.
Zachtjes en met mijn neus in de donshaartjes van
onze liefste baby. “Veronica”
van Cornelis Vreeswijk.
Natuurlijk zong ik ook wel eens iets van de
Grote Paddenstoel en De kleine kleutertjes. Maar
niet van harte. Nee, ik ben geïndoctrineerd met
zwaarmoedige chansons van bebaarde en bejaarde
zangers. Niet verwonderlijk dus dat mijn
muzieksmaak nogal merkwaardig is. Ik wil emotie
en onverwachte uithalen, linkse hoeken als je
niets vermoedend de bocht om rijdt. Heerlijk,
tranen die wakker worden van een denkbeeldige
klap van cynische ‘gouwe-ouwen’ galmend over
wanhoop en bedrog.
Onlangs nog werd ik wel heel raar aangekeken
toen ik bij een stoplicht uit volle borst
meezong met: “Waar gaan wij naar toe naar onze
dood, wie legt dit mysterie voor mij bloot, zeg
eens eerlijk zonder liegen of we naar de hemel
vliegen of dwars door de aarde vallen zwaar als
lood.”
Logisch dat ik nogal eens met mijn mond vol
tanden sta als iemand me vraagt van welke muziek
ik houd. Jaaaa? Je ziet ze kijken. Ik denk dat
de stroom kerstkaarten opdroogt als ik mijn
werkelijke voorkeur vertel. Daar heb ik iets op
gevonden. Ik kopieer ongegeneerd de acceptabele
muzieksmaak van vrienden. Een van die nummer
waar je mee voor de dag kunt komen is “Crazy”
van Gnarls Barkley. Ik heb de cd bijna
versleten en krijg nog steeds kippenvel van het
nummer. Een gepikte aanrader. En het hippe “Haus
am See“ van Peter Fox. Ook gepikt en
toegevoegd aan mijn eigen dubieuze
smaaksensaties. Dank jongens.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 22 juni 2009 |
|
|
|