|
|
| |
Column
Dé Griep
Wel ja, laten we het nog eens over De Griep
hebben. Bedolven onder de duizelingwekkende
stapels griepinfo probeer ik, zittend aan de
keukentafel, een juiste afweging te maken. Ik,
de hypochonder, die jaren geleden al eens
ampullen met entstof tegen meningokok kocht om
ze door een bevende huisarts bij mijn kinderen
te laten inspuiten, ga geen inenting halen. Wij
zijn al geënt. Door het leven. Voor de
herfstvakantie was de halve klas van zoonlief
ziek. Twee kinderen hadden longontsteking, de
anderen hoofdpijn, koorts en een akelige droge
hoest. Duurde een week, soms twee en in de
ergste gevallen drie weken. Griep beslecht,
antistoffen opgedaan. Was het de Mexicaanse
griep? Wie zal het zeggen.
Maar die angst, de twijfel en de uiteenlopende
berichtgeving? Wat doen we daar mee? Die drie
zijn volgens mij de bottleneck. Want, ik zal het
maar eerlijk toegeven, ik ben banger voor de
angst dan voor de feiten.
Mijn huisarts: “De kinderen die zijn overleden
vielen in de risico groep.”
Landelijke media: “Niet waar, die kinderen waren
volstrekt gezond.”
Ik breng mijn kinderen naar school. Dat voelt de
laatste dagen toch anders. Wat hangen die jassen
dicht op elkaar. Het bontkraagje van mijn
dochters jas kleeft aan drie andere jassen. Een
kuchend kind veegt zijn snot af aan zijn arm en
slaat deze om mijn dochter heen. Samen huppelen
ze het klaslokaal binnen. In het laatje van mijn
meisje tref ik vier verfrommelde papieren
zakdoekjes aan. Van wie zijn die? vraag ik.
“Weet ik veel zegt ze,” en kiepert ze met
beide handen op tafel. Ik pak de ingedroogde
doekjes en gooi ze in de prullenbak. Stiekem
open ik mijn Herôme-direct-desinfect-flesje en
giet wat van de blauwe vloeistof op mijn handen.
“Kom eens,” zeg ik en pak haar handjes. “Even wrijven.” Ze vindt het goed. Ze
heeft zelf ook zo’n flesje in haar laatje achter de besmeurde zakdoekjes van God weet wie.
En ze wast altijd haar handen als ze van de wc
komt. En dan droogt ze ze aan een papieren
doekje. Echt waar! Dat zegt ze. Ik denk aan
bedrijven die als een soort van militaire
operatie het virus te lijf gaan. Medewerkers
die hoesten en niezen mogen niet op kantoor
komen. Met verhoging en koorts blijve men
thuis! Op ieder bureau staan flesjes
ontsmettingsmiddel, de deurklinken worden elk
half uur ontsmet en voortdurend wordt het
personeel op de hoogte gehouden van de
aangescherpte richtlijnen. Da’s mooi, da’s heel
mooi. Maar hoe zit het dan met onze kinderen? Ik
hoorde gisteren een moeder op het schoolplein
zuchtten, “Nou morgen gaat hij weer naar school
hoor, koorts of geen koorts, ik ben door mijn
vrije dagen heen.” Ik voelde me als door een bij
gestoken en ging even venijnig op haar teen
staan toen ik deed alsof ik struikelde. “Auw,”
zei ze en ik hoopte dat mijn doordringende blik
haar verstand bereikte. Het is een farce, ik
weet het. Een idiote utopie dat ik met mijn
bacteriedodende handgel op kan tegen gluiperige
en druiperige bacillen. En zoals ik al zei,
waarschijnlijk hebben we het virus al lang
ingeademd. Bang voor de angst dus!
Ik vind mijn remedie in de strip van Sigmund,
het
ontnuchterende beeldverhaal van Peter de Wit in De Volkskrant.
Psychiater tegen vrouw aan de bar: “Als
vooraanstaan psychiater ben ik als eerste
ingeënt tegen de Mexicaanse Griep.”
Vrouw: ....stilte....
Psychiater: “Nu wil de overheid dat ik met
zoveel mogelijk vrouwen naar bed ga om
antistoffen bij ze eh...in te spuiten.”
Vrouw: “Griezel.”
Psychiater, terwijl hij de kroeg uitloopt: “Dat
heb ik weer, een allergische reactie.”
Reageer
op deze column...
Lees
ook het nieuwe gedicht van deze week...
Geschreven op 10 november 2009 |
|
|
|