Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Dialect
Drie zoons hè, ik had het kunnen weten. Dat die hobby een keer over de drempel zou schieten. Nou, het is zover. Ze hebben hem ontdekt, de hengel. Ergens geeft de natuur toch nooit op en is die oeroude mannelijke drang om voedsel binnen te slepen onuitroeibaar. Ooit een meisje zien vissen? Behalve dan naar complimentjes? Nee, ik ook niet. Het visritueel heeft wat gereedschap nodig, of noem je dat werktuigen? Ze hebben een hengel voor drie euro op de kop getikt. Knap. En een dobber natuurlijk en mijn nog nooit gebruikte strandstoeltje gepikt. Verder een mes (uit de keukenla) waar je bijters mee van de haak haalt (?) en ja, tuurlijk maden. Van een vriend (een rasechte Tilburger) hoorden ze dat je vooral moest letten op de uitspraak. Ik dacht meer aan de dobber, maar nee hij bedoelde het serieus en zei: 'zeg vooral nooit ‘maden’, maar ‘maaien’.' Oh, oh, moeder zwijg en laat die mannen lekker vissen met ‘maaien.’ Ga vooral niet de taalpolitie uithangen hier. Ik denk aan mijn moeder die zich vroeger slap lachte om onze zelf verzonnen Achterhoekse uitspraken. In opperste stoerheid probeerden we zo ‘plat’ mogelijk te praten. Eén voorbeeld weet ik nog. Van een vriendje hoorden we dat je ‘maken’ op z'n Achterhoeks in de verleden tijd uitsprak als ‘miek’. Wat knetterde het thuis toen we hiermee aankwamen en wat hebben we het woord nog vaak gebruikt. Nou kunnen de Brabanders er ook wat van. Ik krijg al kromme tenen van 'keigaaf' (kei is een steen; ik weet hoe flauw het is, maar blijf het herhalen), maar zak echt door mijn hoeven bij ‘da, nie en wa.’ Als ze per ongeluk (?) zeggen: ‘Wa? Da, heb ik nie gedaan?’ mag ik zuchtend de t-tjes aanvullen en zeg ‘dat’ jongens het is ‘dat’ met de ‘t’ van,....en dan roepen ze allemaal TIET. Blijft leuk! Onlangs deed de klas van onze zoon mee aan het Tilburgse Liedjesfestival. Een mooi initiatief om de streektaal levend te houden. Dat heb ik geweten, want de juf kwam naar me toe en vertelde me lachend dat onze zoon thuis niet ‘plat’ mocht praten en dus helaas niet serieus kon meedoen (vond hij zelf). We hebben ons geschaamd. Ja. Echt waar en hem een zetje in de goede richting gegeven. Hij heeft gezongen (ik heb het zelf gezien) met trotse overtuiging in de taal van zijn geboortestad. En voor mijn plezier heeft hij op internet een stukje tekst van het lied gegoogeld. Komt-ie:

intro:
In Tilburg stao en hèùs
Nie zôo mar op de grond
Mar op en stukske rils
Èn draajt dan himmòl rond…

refrein:
Draaje mar, draaje mar, draaje, draaje, draaje mar
Òn êen stuk deur, dag in dag èùt
Draaje mar, draaje mar, draaje, draaje, draaje mar
Agger immel inzit wilder nôot mir èùt
En draajend hèùs op de Hasseltretonde

Wè is dè tòch kunstig gevonde
Nie zon simpel rijkeshèùs
Nèt zo as bè jullie tèùs
Dees is en apart geval
Want et rijt meej tèùn èn al
Langs den kaajbaand van de straot
Stap mar hil gaaw in, ge zèèt al laot

Schrijver en componist: Harry Swinkels

Het optreden heeft me tot tranens toe geroerd, eerlijk is eerlijk en ze werden nog tweede ook. En zoonlief zegt tegenwoordig dwingend ‘Mam, WIJ zijn echte Tilburgers.’ Wat heb ik daar tegenin te brengen? Ik ga vissen! Met mijn kleine meisje!

Reageer op deze column...


Geschreven op 25 april 2009
 

Sitemap