|
|
| |
Column
Dode eekhoorn
De eekhoorn is dood. Hij ligt op zijn rug
naast de weg. Zijn bruine staart piekt omhoog
tussen zijn in de lucht staande pootjes. De wind
heeft vat op de staart en blaast hem van links
naar rechts. Vlaggende dode eekhoorn. Even
verderop in de straat staat de boosdoener. Een
grote vrachtauto. Te groot voor ons kleine
straatje. Te groot voor dit gave exemplaartje
dat als een wassenbeeld in de kantlijn van het
leven ligt. Ik kijk naar de handjes. Of pootjes,
hoe noem je die? Ze lijken wel met een
kroontjespen getekend. Je wilt er zo een eikel
in stoppen en weer op pad sturen. Go,
go,...eekhoorn, maar pas op voor de wielen.
De volgende dag zie ik dat een paar jongens het
dier opmerken. Ze lachen en stappen van hun
fiets. 'Hé,' schreeuwt de een. ' Een dode. Kijk
eens!' De anderen komen dichterbij. De eerste
geeft het lijkje een duwtje met zijn voet. Hij
deinst een stap terug. Het karkas is vast al
stijf. Stijver dan gisteren in ieder geval. De
staart waait nog steeds. De tweede jongen komt
naast zijn vriend staan en geeft het beest een
trap met schoenmaat 43. Dat werkt wel. De
eekhoorn rolt door de berm en ligt nu
verfromfraaid ondersteboven. Ze lachen. De
eerste schreeuwt: 'Stom beest. Dooie.' En weg
zijn ze. Ik stop. En kijk naar het treurige
tafereel. De staart nu onder zijn buik. Een
grote bloedende hoofdwond op zijn
achterschedeltje. Het verhaal van gister lees ik
af van zijn kop. Daar hebben de wielen hem dus
geraakt. Op de achterkant van zijn kleine kop.
Een kop vol hersenspinsels, haast, voedselnood,
winteroverlevingsdrang. Niet bewust van de
gevaren van de mensenwereld. Iedere dag een
risico. De oversteek van ons laantje. Van zijn
nest naar het eten. En terug. Hoe lang is het
goed gegaan? Tientallen keren per dag. Weken?
Maanden? Jaren? Roekeloos rennen. Tot gisteren
dan. Ik stap weer op mijn fiets. Waarom heb ik
het dier gister niet meegenomen? Gewoon zoals
mijn opa vroeger deed. Zakje erom. In de
vriezer. Om hem te laten opzetten. Door een
preparateur, die hem vol stopt met stro. Bestaan
die nog 'opzetters'? Ik huiver. Het idee alleen
al. Waar zet je zo'n opgevulde stakker neer? Op
je aanrecht? Of je nachtkastje. Af en toe even
het stof eraf blazen. Brandnew. En kijk je er
dan steeds naar? Of aai je zoiets af en toe? Ik
denk weer aan het eekhoorntje van opa. Op de
zware eikenhouten kast stond hij, of was het een
zij, ik weet het niet, jaren en jaren. Als we
het heel lief vroegen mochten we van zijn kop
naar zijn staart zo'n heerlijk lange zachte aai
geven. Zaaaacht. Waaiende staart. Pluis staart.
Ik glimlach om de rare gewoonte een dood dier
als een soort trofee in je huis te zetten.
Eeuwige roem in familiekring. Dat dan weer wel.
Wie zou het beestje nu eigenlijk hebben? Mijn
96-jarige oma heeft het zeker niet meegenomen
toen ze kleiner ging wonen. Ik zal het haar eens
vragen binnenkort. Oma, wie heeft de eekhoorn?
En dan haar verbaasde ogen. Eekhoorn? ' Die is
dood.' ' Ja, oma morsdood.' Bij ons in de straat
ligt zijn broeder. Zijn opvolger. Tenminste als
ik hem had meegenomen. Alleen heb ik dat niet
gedaan. Ik ben een lafaard denk ik als ik hoog
boven mijn hoofd de buurtbuizerd (geen grap!)
hoor krijsen. Deze eekhoorn is voor de buizerd.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 01 februari 2009 |
|
|
|