|
|
| |
Column
Dronken
Hij was een jaar of 45. Goodlooking en
bekakt. En dronken. Heel erg dronken. We zaten
aan onze vaste tafel in het ski-hotel. Eerst
hoorden we hem. Een paar tafels verder. Een
Nederlandse lalbal. ‘Waaaar is hier de
muziek,...schatje wil je een foto van mijijij.´
Toen zagen we hem. Een grote, donkerharige man
met ribbroek en polotrui. Hij leek zo weggelopen
van een hockeyclub of alumni-event van een
studentenvereniging. Zijn gezicht rood
aangelopen. De armen wijd. Bij iedere tafel
maakte hij een korte stop. ´Smakelijk eten! Ook
hier? Goedenavoooond.’ Hij praatte hard.
Eigenlijk was het meer schreeuwen en tussendoor
galmde hij steeds de gevleugelde zangregel,... ´Schatje,
wil je een foto van mijijij.´ Zijn zoveelste
halve liter bier vergezelde hem op zijn
zegetocht door het restaurant. Natuurlijk
belandde hij in de bar. De sfeer onder de gasten
golfde van lachen-met-die-gast naar kippevel en
van verwarring naar spanning. Een dronken man
van twee bij twee kan ook in één seconde van
plezierig dronken, eng agressief worden. Daar
leek bijna iedereen zich van bewust. De meeste
hotelgasten volgden hem met argusogen. Een
enkeling, zelf ook aardig in de olie, moedigde
zijn one-men-show aan. Zijn ´dappere´ poging een
barkruk boven zijn hoofd te tillen mislukte. De
zware eikenhouten kruk knalde tegen de grond.
Ternauwernood konden twee Duitse dames aan de
kant springen. Vijfhonderd man overstemd door
één Nederlandse zuipschuit. ´Beste
landgenoten,´....Het begon gênant te worden. De
gezinsleden van de man doken een voor een onder.
Vrouw, puberdochter, puberzoon. Geruisloos
schuifelden ze naar hun kamer. Op de lege tafel
nog wat borden en bestek. En glazen. Veel grote
glazen. De man deed ondertussen onverstoorbaar
een solo dansje tussen een paar grote planten.
Open handpalmen wiegend boven zijn schouders.
Mijn gedachten snelden vast vooruit.
Morgenvroeg. Morgenvroeg moet deze man met een
draak van een kater langs dezelfde tafels voor
het ontbijt. Ik besloot uit te kijken naar dat
moment. Want hoe vaak kun je met eigen ogen een
vreemde vent aanschouwen the day after? Hij deed
het knap. Die volgende ochtend. Eerlijk is
eerlijk. Behalve aan zijn volgebouwde bord met
gebakken eieren en spek was niet te zien welke
schuimkraag hem gisteravond om de hals had
gehangen. Zelfs zijn loopje was professioneel.
Strak en zelfverzekerd liep hij vanaf het
ontbijtbuffet langs vele tafels door naar zijn
eigen plek. Mevrouw zat er al. De twee kinderen
ook. Ze keken naar hun eten en zagen er moe en
troosteloos uit. Ik moest opeens denken aan de
orkaankracht die die nacht over hem was
uitgeblazen. Op zijn kamer. Zijn vrouw wachtend
met strak verbeten mond. Haar woorden genadeloos
in de aanslag voor een stekend en bijtend
betoog. De zoveelste vernedering voor het gezin.
Of misschien ook niet. Misschien was mevrouw wel
zuchtend bij haar dochter in bed gekropen.
Voorbereid op de komst van haar stomdronken
wederhelft. Die even later zijn zware lijf dwars
over het tweepersoonsbed zou parkeren. Een lange
nacht vol braaksel, soppen, braaksel, en weer
een emmertje. ´Ligt papa op zijn rug mam? Kom,
we draaien hem om.’ Treurig. Nu leek het leven
zijn gangetje weer te nemen. Het sneeuwde
inmiddels hard. De zon was ver te zoeken. De
familie bijna klaar om een dagje te gaan skiën.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 01 maart 2009 |
|
|
|