|
|
| |
Column
Egostrelend
Aangenaam verdoofd kijk ik naar mijn
computerscherm. Dat was een heel mooi
compliment. Heel mooi. Ik voel een warme gloed
zakken en hoor dat woorden zich langzaam
ontvouwen uit zinnen. Een stem staat op en
spreekt. Het is een warme stem. Een stem vol
ambitie en mogelijkheden. Een stem die een arm
om me heen slaat en handen legt aan beide kanten
van m’n gezicht. Ik denk dat ik die stem ken. De
klanken komen mij bekend voor. Ik pijnig mijn
geheugen. Welke stem voerde eerder zo’n sensuele
dans uit rondom mijn ego?
Ego! Wie streelt het en waarom?
De zon schijnt fel als ik gehaast aan kom rijden
in Utrecht. Hoe kon ik denken snel en makkelijk
een parkeerplek te vinden vlakbij ’t Neude,
hartje centrum? Het lukt, vraag niet hoe en ik
begin te rennen in de richting van Le Journal
waar mijn zakelijke afspraak al minstens een half
uur op me zit te wachten. Rennende vrouwen,
altijd leuk. Ik zie een buschauffeur
hoofdschuddend kijken en minder vaart. Mijn jurk
wappert. Het is de zon die me doet besluiten nog
wat rustiger aan te doen. Ergens hier overvalt
me een geluksgevoel, een gevoel dat ik er mag
zijn. Eh nee, ik citeer niet uit De Happinez.
Wij spirituelen van de 20e eeuw, niet gehinderd
door kerkmoressen of anderszins belemmerende
dogmatische bolwerken, kunnen voelen, mogen
voelen en willen voelen. Goed. Dan ben ik dus
gelukkig. Fijn. En hoe lang gaat dat duren? Nou,
in ieder geval tot ik deze hele lange straat ben
uitgehold. Zo’n halve kilometer schat ik. Vanuit
mijn ooghoeken scan ik antiekzaakjes en een
pittoreske bakker. Ik heb geen tijd om er binnen
te gaan. Niet nodig ook.
Mijn afspraak duurt exact twee koffie en een
bitter lemon. Werken in de zon. Ik kijk naar de
covers die mijn ontwerper heeft gemaakt en maak
samen met hem een lange to-do-lijst voor de
laatste zaken die geregeld moeten worden. Het
meisje met de rekening vraagt of ik een btw-bonnetje wil. Ach, dat heeft ze goed opgemerkt.
Ik heb geen haast meer nu en wandel terug naar
de auto. Wow, nog eens een halve kilometer
‘zoet’ geluk. Bijna struikel ik over een
terrasstoel als ik opeens naast me hoor:‘Hè,
schoonheid!’ Moet ik meer zeggen? Ik bedoel, het
was ooit misschien normaal op iedere hoek te
worden nageroepen, maar mijn inruilwaarde voor
verse 18-jarige meiden draagt ertoe bij dat ik
me niet kan heugen te zijn nagefloten. Het
compliment komt uit de mond van een knappe,
dertiger (!) die op een terras staat met een wit
biertje in z’n hand. Hij lacht. Ik ook. Zijn
maten stompen hem met hun ellebogen in zijn zij
zie ik als ik nog een keer omkijk. Dank mannen.
De finish van deze zwevende kilometer was meer
dan de moeite waard. Mijn ego is helemaal
uitgedeukt nu en vlindert rond de zon.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 26 mei 2010 |
|
|
|