Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Gat in been
We horen geslip. Dan het grint. En een fiets die valt. Een gil. En een huilend kind. Het huilende kind komt ons waarschuwen. Het gaat niet om hem. Het is zijn broer. Hij hikt en slikt, de boodschapper. ´Groot gat, heel erg, geen bloed, broek kapot.´ Zo ongeveer luidt zijn boodschap. Man en ik rennen al. Daar staat ons slachtoffer. Zoon naast kapotte fiets Inderdaad. Winkelhaak in spijkerbroek en,...slik,...erg groot gat in bovenbeen. De afgebroken handrem van de fiets heeft zijn bovenbeen doorboord. Klinkt eng. Is het ook. Gehavende zoon: ‘mam, dit is erg, moet gehecht, EHBO, kijk maar niet’. Ik dirigeer tegelijkertijd manlief. ‘Autosleutels, tas.’ We tillen hem in de auto en rijden al. Geen tranen. Veel woorden bij gewond kind. Ik ben bang voor een shock. Hij praat zo vreemd en ziet zo bleek. Dan de EHBO. Voor iedereen die op de EHBO moet verschijnen, en dat moet helaas in dringende gevallen, laat je waardigheid vallen. Moeilijk? Klopt. Ik ben een tijger. Mijn gevallen waardigheid transformeert in een oerdrift die onaangenaam kan worden. Kan, want ik adem rustig in-en-uit. Hoe lang duurt het? Twee uur? Wij gaan thuis een ander ziekenhuis bellen. Dat mag. Natuurlijk mag dat. Weer een lastig geval minder. De hoestende vrouw met zware longproblemen hangt voorover. Een man moet plassen in een potje en geeft dit onder onze ogen af. Zeker tien mensen zitten onderuit gezakt te wachten. Aaargh. Weg hier. Van een vriend, zelf chirurg, horen we later dat de EHBO de vieste plek is in het ziekenhuis. Tell me. Rennen. Ik duw zoon in rolstoel zo snel mogelijk weg uit dit bedompte, vooroorlogse wachtkamertje. Grote stad. Groot ziekenhuis. Ranzige EHBO. Tot zover ziekenhuis één. Even rustig nadenken thuis. Kind is gekalmeerd. Ziekenhuis twee reageert goed. Kom maar. Minimale wachttijd. De wachtkamer is schoon, groot en leeg. Yes. Kind mag meteen door naar kraakhelder bed. Acht verdovingsspuitjes verder is de rafelige wond zo goed als dicht. De rest moet gespoeld. Twee keer per dag. En verbonden. Doen we! Vier uur na de val. Kind kijkt ons met helblauwe ogen aan. ‘Geen zorgen, het gaat weer.’ En hij strompelt met zijn verbonden been door de keuken. ‘Heb je nog wat te eten mam. Ik heb honger.’

Reageer op deze column...


Geschreven op 07 maart 2009
 

Sitemap