Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Geluidje
Het geluid van een kuch of een zucht gaat vaak op in alledaagse herrie. ´s Nachts is dat anders. Ik loop langs de slaapkamers van de kinderen en kijk om de deuren. Ze slapen. Natuurlijk slapen ze! Het is half twee in de nacht. Een uur geleden werd ik gewekt door de oudste. Klappertandend en met hoge koorts stond hij naast ons bed. Nu hij weer slaapt ga ik voor de zekerheid ook even bij de anderen kijken. Je weet maar nooit. Misschien heeft dat gluiperige virus zich wel ongemerkt een weg gebaand langs onze liefsten. Als ik naar ze kijk bewegen de slapende lijven even kort. Ze zijn op hun hoede. Let op, er is iemand in je kamer. De jongste zegt met een krakend stemmetje,...”euh, euh,”...En als op afroep geef ik een kuch. Een soort aankondiging van mijn nachtelijk bezoek. Ze rolt zichtbaar gerustgesteld op haar zij en weet: “´t is mama.” Nu ik er over nadenk zijn die kleine geluidjes lijm tussen familieleden. Sneldrogende één-seconde lijm. Een soort geheimzinnige communicatie die zelfs werkt wanneer iemand in diepe slaap is. Ik herinner me nog goed dat ik vroeger pas ging slapen als ik het typische geluid van de voordeursleutel in het slot hoorde. Pa en ma,...thuis! Pas dan kon ik gaan slapen. Bijzonder, hoe een onbeduidend klein geluidje in dat grote huis mijn oren bereikte. En die ene krakende tree op de trap die ik angstvallig probeerde te mijden als ik weer eens te laat thuis kwam,....De barse stem van mijn vader: “Katja, ben jij dat?” Wel ja, alsof hij iemand anders verwachtte.
Ach, het kan nog veel subtieler natuurlijk. Een zucht bijvoorbeeld. Hoeveel kan een zucht zeggen? Mijn oma zei vroeger “een zucht geeft lucht aan een hart vol smart.” Nou, daar snapte ik als kind helemaal niks van. En toch roep ik het nu zelf ook wel eens tegen deze of gene. Maar het is een ongenuanceerde volkswijsheid besef ik nu. Die zucht kan veel meer betekenen dan een ontsnapping van teveel spanning. Een zucht van verlichting, een zucht van verlangen, een zucht van ergernis, een zucht van beginnende boosheid, een zucht om ongeduld aan te kondigen. Zoveel zuchten, die meestal vervliegen in de kakofonie aan geluid. Behalve ’s nachts dan en ik draai me vermoeid op de andere zij. “Kun je niet slapen?” vraagt manlief. “Je zucht zo.” Ik lach zacht. “Zuchtte
ik? ” “Ja, daar werd ik wakker van,” mompelt hij. “Wat een oorverdovende zucht moet dan dat geweest zijn,” zeg ik en geruisloos kruipt hij tegen me aan. Ik hoor dat hij alweer slaapt. Zijn zachte gesnurk stelt me gerust. Het is een ‘niks-aan-de-hand-geluid’. Want, ook al heeft hij feitelijk gemist dat er een ziek kind naast ons bed stond, zijn onderbewuste heeft hem waarschijnlijk wel op de hoogte gesteld van wat er gaande is. En dat is kennelijk niet onrustbarend. In deze stille winterse nacht, waarin de maan een helder licht schijnt over de besneeuwde tuin, omlijst nu alleen nog het oehoe-geluid van de jagende bosuil de randen van de nacht.

Reageer op deze column...
Lees ook het nieuwe gedicht van deze week...


Geschreven op 18 december 2009
 

Sitemap