|
|
| |
Column
Glad
Winterbanden. ‘Heb je ze al?’ ‘Uh, nee, blond
hè. Vergeten.’ ‘Niet zo handig hè, met zo’n pak
sneeuw.’ Tja. Altijd het laatste woord. Dus
glibber ik met mijn zomerbandjes naar school. De
kinderen balen. ‘Maaam, slak, rijd eens wat
sneller. Je lijkt opa wel.’ Bij het inparkeren
tollen de wielen. ‘Kom op jongens even duwen.’
Met een grote smile word ik door mijn twee
potige zoons uit de penarie geholpen. Ok.
Winterbanden dus. Een uurtje later glijd ik
zacht vloekend de straat in van de bandenman.
Een stoere 18-plusser trekt even aan zijn
handrem. Leuk. Heel leuk. Ik zie zijn motorkap
fraai om een lantarenpaal krullen. Net goed! Nog
100 meter. De weg is zo ijzig dat ik niet eens
durf te remmen. Rollend laat ik de auto tot
ongeveer voor de deur van mijn bandenmannetje
lopen. Ze loodsen me de garage in. De deur is
smal. Ik klap mijn buitenspiegels in. ‘Aha, de
mevrouw van de winterbanden. Beetje laat hoor.’
‘Jaaaaa.’ Ik lach schaapachtig mee met de vier
kerels die de bandjes wel even zullen
verwisselen. ‘Koffie?’ ‘Nou graag,’ zeg ik. Iets
te voorbarig zie ik nu opeens, want de kopjes
staan onderste boven op een vaatdoek en de
koffie pruttelt in een soort kan met een snoer
eraan. Top. Da’s lekker. Deze mannen hebben
verstand van banden. En van asfalt. Wat een
giftig bakje pleur. Ik drink het helemaal op.
Mij krijgen ze niet meer klein deze ochtend.
‘Dat is dan een tientje,’ zegt de baas van de
vier kleerkasten. ‘Inclusief de koffie hoor.’
Ik voel grip. Op de situatie en de weg. Mijn dag
is gered. Blikschade voorkomen. Kinderen
tevreden. Mama kan weer doorrijden. Als ik ze
die middag uit school haal kijken ze argwanend
naar het pak sneeuw, mij en de banden. ‘Ja. Ja,
ze liggen erop hoor,’ zucht ik. ‘Nou gassen
dan,’ zegt de kleinste. Ze gieren. ‘Zie je die
man daar pielen met zijn auto Hij zit vast.
Zieluuug. Zullen we hem even duwen mam?’
Reageer
op deze column...
Geschreven op 01 februari 2009 |
|
|
|