|
|
| |
Column
GPS
‘Indien mogelijk keren’, zegt mijn keurig
sprekende GPS mevrouw als ik op de A2 richting
Amsterdam rijd. Eh. Keren? Goeie grap. Deze
navigatie-cd is duidelijk aan vervanging toe. Ik
weet het al jaren. En al jaren laat ik toe dat
mevrouw de navigator mij valse info influistert.
Zo rijd ik nietsvermoedend straatjes in die
halverwege afgesloten blijken te zijn, ben ik
spookrijder op eenrichtingswegen en parkeer op
peperdure privéplekken die voorheen publiekelijk
waren. Goed. Ik kan haar dus de schuld geven.
Die mevrouw. Maar dat is te makkelijk. Stiekem
geniet ik namelijk van mijn klunzige gezoek.
Douchen, opmaken, haren föhnen en verkeerd
rijden. Het is een vertrouwd ritueel geworden.
Met stalen gezicht chauffeur ik over de
trambaan, maak lachend een draai-en-keer-actie
tussen op voorhoofd wijzende weggebruikers en
rijd fluitend 15 km om als ik weer eens een
afslag te vroeg heb genomen. ‘U heeft uw
bestemming bijna bereikt.’ Ik stel voor dat ze
deze zin erbij programmeren. Voor mensen die
niet net als ik een sport maken van verkeerd
rijden. Voor ongeduldige mensen die wel een
oppepper kunnen gebruiken. Een GPS speciaal voor
vrouwen bijvoorbeeld. Met zinnen als: ‘Schat, je
doet het prima. Ook geen sinecure midden in de
spits door Amsterdam een drie-huis-hoog-achter
zoeken.’ of ‘Je miste dan misschien deze afslag,
maar kunt wel beter inparkeren dan die vent van
je.’ Want eerlijk is eerlijk. Dat laatste is zo.
Met nauwkeurige precisie parkeer ik achteruit
in. En dat doe ik ook met liefde voor mannen die
niet te trots zijn het mij te vragen. Mannen die
weten dat ik dat erg goed kan. En mij die eer
gunnen. Zie wel eens een voorbijganger stil gaan
staan met van die fronsende wenkbrauwen. Blonde
ramp gaat inparkeren. Dat is mijn beste publiek.
Even erbij vermelden dat ik zonder sensoren
parkeer. Gewoon ouderwets dus. Het liefst zou ik
vertellen ‘Let op meneer, zonder hulpmiddelen.
Op gevoel en spiegels.’ Maar ja. Dat gaat
natuurlijk wel erg ver. Het enige wat ik doe is
kijken naar het verbaasde gezicht als ik sta.
Natuurlijk. Ook al moet ik mezelf door de
passagiersdeur uit mijn auto wringen. Ik sta.
Ook al moet ik terug via mijn achterklep, omdat
een andere (vrouw) mij compleet heeft
ingeparkeerd. No problem. Doe ik. Grinnikend. En
nagewezen.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 9 Januari 2012 |
|
|
|