|
|
| |
Column
Gvrdmm
Toen de kinderen klein waren had ik met hen
een afspraak over schelden. Niet schelden!
Lekker simpel dus. Af en toe mochten ze van mij
- liefst als ik op de rand van hun bed zat -
alle scheldwoorden opnoemen die ze kenden. Hoe
verantwoord. Nou, ik kan je verzekeren dat 2- en
3-jarigen weten hoe ze een scheldwoord moeten
spellen, met punten, komma’s en vooral de klemTOON op de juiste plek. En natuurlijk, dat
was het spel, wist ik er altijd een die nog
erger, ranziger of ordinairder was dan de gvd,
k, l, h-woorden van hen. Hilariteit alom! Hoe
genereus dat ik zo modern ben geweest! Ik heb
spijt als haren op mijn hoofd, want ergens is er
in die tijd een stofje in de hersenen van mijn
kroost aangemaakt dat ondersteunend werkt bij
het verzinnen van de meest vreselijke,
bloederige, schokkende, ziekteverwensende,
discriminerende en vleselijke (ja, met de l van
lummel)scheldwoorden. Nu ze de leeftijd hebben
en bijna krijgen van pubers (niet de meest
tactische en genuanceerde mensensoort op deze
aarde) vliegen de woorden als kanonskogels door
het huis. Als ik mijn corrigerende mond wil
opendoen voor het ene, hoor ik, uit een verderop
gelegen lamlendig hangend bankwezen, alweer een
ander tenenkrommend scheldwoord knetteren. De
taal van de straat komt bij U langs deze
nazomer. Ha, fijn! Nou, wij kunnen zo optreden
als het grote voorbeeld “zo-hoort-het-dus-niet”
in de antivloek campagne van Sire of De Bond
Tegen Vloeken. Hoeven wij niet eens voor te
repeteren.
Het interpreteren van de beledigingen is echter
een vak apart. Ze hebben een paar eenvoudige
regels ontdekte ik toen ik het scheldgedrag wat
beter bestudeerde.
- Ze schelden op elkaar, niet op pa en ma (oké,
oké, heeeel soms).
- Ze schelden eerlijk, d.w.z. de een zegt iets,
dan de ander ook.
- Ze schelden om te dollen, het is vooral heel funny.
- Ze schelden met beleid, soms kan het ECHT-NIET-ANDERS.
- Ze schelden altijd nog minder erg dan
anderen.
- Ze schelden uit praktische overweging, want
naar “Hé, vuile k..mong...” wordt sneller
geluisterd dan naar “Zou je alsjeblieft
even....”
Wanneer we met ze praten over het uit de
hand gelopen vocabulaire kijken ze ons glazig
aan, de afstandbediening vastgelijmd aan de
handen, en zeggen: “Hoezo? Hebben wij iets
gezegd dan? Net? Echt waar? Oh! Nou ja, sorry
dan!”
Zelf ben ik ook niet vies van een goede
krachtterm, het lucht zo lekker op, maar ik ben
trouw aan de drie meest voorkomende en daarmee
red ik het prima. Ik geloof ook niet dat onze
kinderen als ze later volwassen zijn hun
selfmade beledigingen bij de hand zullen houden,
als een soort van; “misschien-komt-het-nog-eens-van-pas-woord.”
Onlangs stond ik op een sjieke borrel, met een
sjieke mevrouw te babbelen, of eigenlijk
babbelde ze tegen mij en keek ik speurend rond
naar wie mij zou komen redden, toen ze opeens
zei: “Nou, mijn kids gaan zo lekker samen, die
ruziën en schelden nooooit. Ze doen altijd
spelletjes.” (Ter info: haar kinderen zijn 14,
18, 19 jaar.) “Ach, wat bijzonder,” kraaide ik en
voelde een kleine oprisping opborrelen. Ik had
al koppijn van de wijn, maar toen trof mij plots
een scheurende steek dwars door mijn talige
hersenkwab en voor ik er erg in had zei ik:
“Godsamme, heb jij ook zo’n teringtyfus koppijn
gekregen van deze bocht?” Met dank aan de
kinderen, ik kreeg die avond leuker gezelschap!
Reageer
op deze column...
Geschreven op 23 september 2009 |
|
|
|