|
|
| |
Column
Hakken
Zonder schoenen, met de hielen tegen de
muur, boek op mijn hoofd en streepje trekken
langs de bovenkant, meet mijn rolmaat 179,5
centimeter. In mijn paspoort staat dat ik 182
ben. Dat is dus een leugen. Of ik droeg toen
hakken? Kan! Goed! Ik ben dus lang. Langer dan
de gemiddelde vrouw. Dat valt overigens vandaag
de dag minder op dan vroeger, want de jeugd is
nog langer. Lekker is dat, tegen die lange
lijven opkijken. Toen ik zestien, zeventien was
had ik mezelf een soort sta-op-je-plek
aangeleerd waardoor ik minstens vijf centimeter
kleiner leek. Ik denk dat de scheefgroei in mijn
rug daarvan is gekomen. WAT een kramp kreeg je
daarvan in je schouders, rug en heupen. Tsja!
Alles om maar niet boven die leuke jongen uit te
steken. En was ‘ie echt kleiner dan waren
ontluikende gevoelens in een klap dood.
Morsdood. Man, ik zag mezelf al lopen in de
goot en die jongen op het stoepje. Nee! Langer of
anders niet.
Vandaag de dag ben ik eigenlijk best tevreden
met mijn lengte. Ik hoor niet meer bij de
langsten van de samenleving en kan gewoon
rechtop blijven staan. Tot een twitter-vriendin
mij onlangs ernstig aan het denken zette. Ze zei
geheimzinnig: ‘zeg Katja, kunstwerken zet je
toch ook op een verhoginkje?’ ‘Ja en?’ zei ik.
‘Nou,’ zei ze lachend, ‘een vrouw heeft ook zo’n
verhoginkje nodig.’ Daar had ik niet van terug.
Hakken. Hoge hakken. Een snelle berekening leert
dat ik met tien centimeter hak 189,5 ben. ‘Dat is
mannenformaat hoor,’ sputterde ik. Maar mijn twitter- vriendin liet zich niet zomaar
aftroeven. Ze stuurde mij een prachtige foto van
beeldschone schoenen aan haar voeten. Hakken:
tien
centimeter. Haar lengte zonder hak: 185. Wat een lef!Ik toog naar naar de stad. ‘Heeft u ook hakken
van maximaal drie centimeter?’ De dames keken mij
smalend aan. ‘Drie centimeter is dat vak’ zeiden
ze, ondertussen wijzend naar een schap zestigplushakken. Ai, hip is dus hoog, ik zag
het meteen. Hoog, hoger, hoogst. Ik stapte in
paar ultramoderne zwart sučde Paul Green
schoenen met een open teen en een hak van
minstens zeven centimeter. Zo rustig mogelijk
probeerde ik een rondje door de winkel te lopen.
Een sprintje trekken kan ik wel vergeten. En mag je eigenlijk wel
autorijden met die dingen aan? Toegeven, ze
stonden verbluffend mooi en ik voelde me
prachtig. Zolang ik alleen stond dan, want toen
de verkoopster dichterbij kwam leek ik op een
giraf en zij op een zebra. In opperste
besluiteloosheid stuurde ik een fotootje van de
schoen naar mijn twitter-vriendin. Ze sms’te
meteen terug: Kopen! NU! Klikklakklikklak. Zelfs
mijn hond keek verbaasd op vanuit zijn mand. Ik
was me opeens bewust van iedere stap. Mooi
lopen, dat moet je met die hakken. Je kunt er
niet eens mee slenteren. Mijn keuken als catwalk.
Tsss. Het eerste ‘menselijk’ commentaar kwam van
mijn bloedeigen kinderen. Hun gierende lach
schoot driftig langs mijn zelfvertrouwen en
deukte een ferme trap in mijn ego: ‘mam, doe uit
be-la-che-lijk!’. ‘Hartelijk dank jongens,’
mompelde ik en kwakte mijn ultrahippe
klikklakkers uit. De jongste keek vanaf de bank
toe, stond op en liep naar boven. Even later
stond ze voor me, mijn Havaianas-slippers
bungelend aan haar vingers.
Reageer
op deze column...
Lees
ook het nieuwe gedicht van deze week...
Geschreven op 14 juni 2010 |
|
|
|