Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Hond
Oppas op de bank. Hond in aantocht. Oppas dolblij. ‘ Lieve hoooond.’ Hond door het dolle,....’ dit is leueuk.’ We gaan en laten de oppas en de hond samen achter. Zo gaat dat met oppassers. En met honden. Iedereen gaat altijd maar. Maar goed. De oppas is dus alleen met ons grote zwarte monster. En ze weet van wanten. Zegt ze. Want ze is hondentrainster. Oké. Alleen bedenken we in de auto dat we zijn vergeten te vertellen hoe onze viervoeter heet. Niet zo handig. Hoe zal ze hem noemen? Hond? Of tarzan? Nou ja, de hond zal het een worst wezen. Volgens mij geven honden niets om hun naam. Ik heb het weleens getest tijdens de wandeling. Gewoon hard een andere naam brullen. Ook goed baas. Kom al. Tja. Je voelt het al aankomen. De oppas en de hond. Een komisch duo. Als we later op de avond thuiskomen komt hij ons trouw begroeten. De oppas roept vanuit de andere ruimte. ´Haaai. Hij is lief hoor.´ Dat wisten we al. ´Hij heeft de hele avond bovenop me gelegen. Kijk zo.´ Ze roept hem. Gewoon zonder zijn naam te noemen. Die weet ze nog steeds niet. ´Kom eens.´ Hij komt meteen. Zei ik toch al. Zo zijn ze die honden, stiekemerds. Doen alsof de naam die je destijds na lang familieberaad hebt verzonnen er toe doet. Bullshit. 25 kilo zwaar beest vlijt zich bovenop oppas op de bank. Onze monden zakken open,...dit kan niet waar zijn. ‘En hij vond die vazen op de kast eng,’ zegt ze. ‘Oh,’ piep ik. ‘Ja, daar ging hij tegen grommen,’ gaat ze stoïcijns verder. ‘Goh?’ Ze ziet ons staan. De oppas. En rijgt een aantal denkbeelden aaneen. ´Mag hij eigenlijk wel op de bank van jullie?´ ´Eh, nee,´ zeg ik.´Dat dacht ik al, maar ja, hij is zo lieief.´ Ik voel een lachkriebel opkomen. Dit beest heeft hier de avond van zijn leven gehad. Bovenop een knappe jonge meid, kop tegen haar wang. Haar armen om zijn dikke zachte vacht. Schurk. En dan bedenken dat hij nog nooit bij ons op schoot heeft gezeten. Nog nooit op de bank heeft gelegen. Ik moet er niet aan denken. Die geur uit zijn bek dicht bij je gezicht. Die baart met weet-ik-veel-wat eraan. Dat achterwerk waar misschien niet alles is uit- of af is gevallen. Dank je wel. En dan de bank. Wat blijft er achter op je bank? Bovendien heb ik begrepen dat je honden altijd lager (en dan ook letterlijk lager) in rang zijn. Dus op bank, stoel, bed, bank, trap, aanrecht, schoot,...whatever. Niet doen. Staat in al die boekjes. Doen we dus ook niet. De hond is inmiddels aardig op dreef. Hij neemt onder onze ogen een flinke aanloop en springt op de bank. Strak naast de oppas. In een reflex maai ik hem er vanaf. Zo! Dat is duidelijk. De hond kijkt verbaasder dan ik van hem ken. Ik hoor zijn hondenbrains bijna kraken. ‘Oh ja verrek,...dat mag niet van de baas.’ De oppas lacht. Wij ook. Wat moet je anders. Wie zegt dat honden dom zijn mag het me komen uitleggen. Met de accuraatheid van een echte hondenkenner stapt onze oppas op. Bij de deur kijkt ze nog even om. ‘Oh, ja, hoe heet hij eigenlijk?’ En weg is ze. Kennelijk geen tijd om op het antwoord te wachten. Ik geeft het antwoord dus maar aan mijn lief. ‘Hond, hij heet voortaan gewoon hond.’

Reageer op deze column...


Geschreven op 12 februari 2009
 

Sitemap