Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

IJsbreker
Feestje binnenkort. Mijn eigen feestje wel te verstaan. En dan trek je natuurlijk niet zomaar iets uit de kast. Nee, voor een feest dient een nieuwe outfit te worden aangeschaft. Wat een onzin zul je denken. En, je hebt gelijk. Het is ook onzin. Dikke, vette onzin zelfs. Maar wie wil mag het me uitleggen én het uit mijn hoofd praten. Vooralsnog regeert de emotie mijn verstand.
De ´onzin´ begint als volgt: er ontstaat een sfeer in mijn hoofd over wat ik wil dragen. En die sfeer hangt uiteraard niet in mijn kast. Voor mannen die nu afhaken,...salut! Lees je verder dan ben je waarschijnlijk een metroman of een nieuwsgierige man of gewoon een hele leuke man. Welkom in de duistere gedachtegangen van de vrouw!
Ik plan een ochtend vrij en ga alleen - heel belangrijk – winkelen. Ik ren langs rekken en schappen en scan collecties. Dat gaat snel en efficiënt, bijna ‘mannelijk’-eenvoudig. De stukken die ik aanwijs worden razendsnel gehaald in mijn maat. Ik pas en keur en hang de afgekeurde jurkjes, jasjes, truitjes en broeken aan een haakje buiten de paskamer. De juffrouw ruimt het weer op. Ging het thuis maar zo. Wat een geordende perfectie. Ik kijk tussen mijn wimperharen door en gluur naar de passpiegel. Een rokje van leer en een bijpassend jasje. Dit is wat ik voor ogen had. Prijs? Ai, au, nou ja, vooruit dan maar. Ik word maar een keer veertig. Pinnen en wegwezen.
Thuis pas ik de set aan en zoek in de kast naar de laarzen die ik erbij ´bedacht´ had. Ze hebben niet de juiste kleur. PDVRM. En als ik ze zuchtend aantrek valt me nog iets anders op; het lijkt wel alsof ik geen benen heb. Iets klopt er niet aan deze combinatie, maar wat? Ik werp me voor de troepen en vraag een mening van de voltallige familie. Ze willen best even kijken en keuren. "Tuurlijk." Manlief, “Netjes.” Dochter, “Nee hè, een rokje?” Zoon: “Leer? Ben je van de Hells Angels mam?” Andere zoon: “TSsssss.”
Ik voel tranen branden. Mijn strak geredigeerde ochtendje winkelen ontploft hier zomaar ineens dankzij subtiele commentaren en ja, ja, natuurlijk ook dankzij mijn eigen onzekerheid.
Ik storm naar boven en probeer lukraak combinaties met favoriete oude kledingstukken. De juffrouw is er niet meer bij, dus binnen de kortste keren is het een puinhoop van jewelste in mijn slaapkamer. Geniepig fluisteren de stofjes me toe, “suf, saai, tuttig, te klein, te lang, te wijd, te verwassen, te sexy, te wijs, te netjes, waaardeloooos”.
Ik stuif naar beneden, gris mijn tas van het aanrecht en stap in de auto. Schoenen! Er horen schoenen bij! Nou, dat snapt die winkeljuf ook wel. Ze smeert me, tien minuten voor sluitingstijd, een paar ultramoderne, zwart suède, peperdure schoenen met sleehak aan. “Prachtig,” zegt ze plechtig en wikkelt de aankoop, waarvan ik nu al weet dat het een miskoop is, in zijdezacht papier. Bekaf sjok ik even later door de donkere winkelstraat.
Thuis wordt mijn impulsaankoop met grote ogen bekeken. Wat is dit? Je hoort het ze denken, maar ze houden wijselijk hun mond. Ik zie dat ze grinnikend naar elkaar seinen en kotsbewegingen maken, vinger achter in de keel. “Leuk jongens, heel leuk. Zal ik maar een bloemetjesjurk gaan kopen dan?”, zeg ik vals en ze proberen aarzelend mijn cynische grap te peilen. “Mam, je bent gewoon te stoer voor zo’n rokje.” De jongste kijkt me vanonder haar blonde haarlok aan. “En weet je wat ik nu wil?” zegt ze, terwijl ze tegen me aankruipt en als een ijsbreker door de bevroren golven probeert te beuken, “nu wil ik twee monden, eentje om mee te duimen en eentje om je mee te kussen.”

Reageer op deze column...
 
Geschreven op 17 november 2009
 

Sitemap