Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Ik, een vent?
“Als wie wil je in een volgend leven terugkomen?” Ik vind het een stupide vraag en wil geen antwoord geven. Als wie? Als wie? De vriend die het me vraagt kijkt me vriendelijk en minzaam aan. Het is pas twee uur in de middag. We zitten met een glas koude, witte wijn tegenover elkaar in een hip restaurant. “Nou?” Hij tikt tegen mijn glas met het zijne. “Nou?” Ik grijns. “Als een vent. Nou goed.” Hij lacht niet. Ik wel. “Meen je dat?” Ik knik. “Als een vent. Echt? Jij?” zegt hij smalend. “Ja,” zeg ik, “is dat zo raar?” “Nogal ja,” zegt hij en drinkt in één teug zijn halfvolle glas leeg. “Vind je me nu opeens niet meer vrouwelijk dan?” Hij kijkt fronsend. “Nee, dat is het niet, het is de manier waarop je het zegt.” “Hoezo?” vraag ik. “Zo knal- bam- beng. Alsof je het echt meent,” legt hij uit. En nu is het zijn beurt om een geniepig vrouwelijk lachje op zijn gezicht te toveren. “Ik meen het ook,” zeg ik serieus. Hij kijkt vragend. “Het was het eerste wat er in me opkwam. Echt! Als ik later nog eens terugkom wil ik een uit steen gehouwen bouwvakker zijn. Of een vrachtwagenchauffeur - zo eentje die naast de snelweg in zijn wagen slaapt - of een boswachter, een heftruckchauffeur, een nachtportier, een uitsmijter. Maar wel een knappe. Je weet wel, zo’n type als Dave Salmoni.” Mijn tafelgenoot houdt verbaasd zijn vork met daaraan een sliert gerookte zalm voor zijn mond. “Bedoel je die vent van Animal Planet? Met die spierballen?” “Ja! Ken je die?” “Natuurlijk,” zegt hij, “dat is de natte droom van iedere vrouw.” Waarom ik in een volgend leven een stoere man wil zijn is voer voor psychologen. Ik zie ze al handenwrijvend tegenover me zitten. Klaar voor een vileine analyse. Ach, zelf denk ik dat mijn ‘wens’ niet zo spannend is. Ik ben een angsthaas, dus het verlangen onverschrokken te zijn is heel plausibel. Ik ben een zekerheidzoeker, dus is het vooruitzicht op een leven vol onverwachte sensatie een logische. Ik ben wel stoer, maar niet stoer genoeg. Ik heb geen spieren, geen conditie, geen scheve grijns, geen jachtinstinct en absoluut geen leiderscapaciteiten. “En als het erop aankomt,” flap ik eruit, “ben ik als een verlegen jongetje dat opkijkt naar zijn grote broers.” Daar moet mijn vriend heel hard om lachen. “Jij, een verlegen jongetje?” en hij bestelt nog 2 witte wijn. “Volgens mij,” zegt hij samenzweerderig, “heb jij juist veel meer testosteron dan die zogenaamde broers van je. En kun je je daarom juist goed inleven in mannen. Je drinkt in ieder geval als een bouwvakker,” zeg hij wijzend op het 3e wijntje dat voor mijn neus wordt gezet. Da’s waar. Ik hou van een borrel en ben geen typisch vrouwelijke nipper. Zo een die angstvallig haar goed gemanicuurde hand op het glas houdt en steevast giebelt: “Oh, neuh, ik hoef niet meer hoor, ben al zooo tipsy.” Zo’n vrouwtjes vrouw die, als je even omkijkt, ongemerkt je man om haar slanke taille wikkelt. En dan vervolgens te hard lacht om zijn grapjes, haar hoofd kirrend in de nek. Zo’n vrouw die om vijf voor twaalf laat weten geen vervoer te hebben, die zelfs na middernacht nog strak in de lak staat, die nooit een boer laat, die parfum in haar handtas heeft en een kammetje. Die best even met je man wil dansen en vervolgens een volleerd tangodanseres blijkt te zijn. Goeie God, wat een vermoeiende tak van sport lijkt me dat. Nee! Ik hang liever aan de bar, een beetje slap ouwehoeren. En wil ook best een goeie bak vertellen. Al kan ik dat natuurlijk helemaal niet. Tsja. Ik hou van mijn mannenvrienden! En van hun rechtstreekse vragen. Geen psych nodig, want dankzij die ene vraag – waar ik als rechtgeaarde vrouw eerst geen antwoord op durfde te geven – weet ik nu dat ik de stille wens koester ooit ECHT one-of-the-guys te zijn!

Reageer op deze column...


Geschreven op 24 februari 2009
 

Sitemap