|
|
| |
Column
Kale kak
Alleen is not done, alleen is raar, alleen
is zielig. Ik zie een ouder stel opkijken als ik
alleen een restaurant in Heemstede binnenwandel.
De ober knippert even met zijn ogen als hij
vraagt ‘voor twee personen?’ en hij mij hoort
zeggen: ‘voor een graag.’ Hij loodst me
soepeltjes naar een mooi klein tafeltje bij het
raam. Meteen zie ik dat ik een te sjiek
restaurant heb gekozen. ‘Wilt U wat olijfolie
bij het brood?’ Hij schenkt een rondje op een
bord. Goed! Bestellen. Piepkuiken? Dat klinkt
niet best. Ik bestel het. En nog een paar
ingewikkeld klinkende voorgerechtjes. Met, ja
tuurlijk, bij ieder gerecht een ‘passende wijn.’
Gelukkig kan ik lopend naar mijn logeeradres. Ik
keur de wijnen, steeds opnieuw en mag na iedere
eerste slok zeggen of het bevalt. Dat doet het
in twee van de vier gevallen. Voor de andere, te
zoete, witte wijnen haalt de lieve ober een
stoerdere. Hij blij, ik blij. Ik raak beginnend
dronken. Sjonge. Dat hakt erin. Na twee
voorgerechtjes heb ik eigenlijk al genoeg, maar
het piepkuiken moet nog komen. Daartoe behoort
een rode wijn. Een ‘mooie’ wijn! Ja, ja...heul
mooi. Naast mij gaan drie mannen en drie vrouwen
van middelbare leeftijd zitten. Binnen enkele
seconden hoor ik waarom ze hier zijn. Ze
verdelen voortijdig de erfenis van moeder die
binnenkort naar een verzorgingsflat gaat. Ik pak
mijn agenda en noteer: Hoe kan iemand met
huishoudelijke hulp zó vervuilen? Dat
Chesterfield bureautje, wat doen we daar mee?
Heet het anders? Hoe dan schat? Chippendale
bureau? Net als pappie doe ik aan alle loterijen
mee. Je zult het winnen, zeg die 25 miljoen.
Het gesprek schuurt een uur lang langs de rauwe
feiten van poen. Poen, poen, poen. Het
bindmiddel van deze zes, die – zo hoor ik tussen
de regels door – hartelijk lachen, maar elkaars
bloed wel kunnen drinken. Ze generen zich niet
voor luide stemmen en laten de kinder-voor-kinderen rrrr kwistig rollen langs
volle glazen wijn. Mijn piepkuiken arriveert. Ik
verbeeld er een zachtgeel donsje omheen en slik.
Dat pootje in het midden, een soort mini
kipkluifje, is echt pas net uit het ei. Ik denk
aan de ganzenlever die ik weleens eet. Ook
vreselijk zielig. Maar zo lekker! Voordat de
alcohol mij hier in tranen doet uitbarsten en
omturnt in een hardcore veganist reken ik af en
wandel de zomeravond in. Ik loop langs de zaak
van de oude, bekakte drogist die mij die middag
een waterproof mascara verkocht en smalend
vroeg: ‘Huilt U veel
dan?’ Tssss.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 14 juli 2010 |
|
|
|