Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Koosnaam
In de stad hoor ik mijn naam. ‘Mies, hé Mies!’ Ik kijk om en zie twee grijze dames elkaar innig omhelzen. Mies dus en Klaar, of Sophie, of Trudy? Weet ik veel hoe die andere dame heet. Ik geneer me dood. Mies is mijn koosnaam van vroeger. De naam die alleen mijn ouders (nou ja, voornamelijk mijn moeder) en enkele tantes nog gebruiken. Ik luister er nog steeds naar kennelijk. Wat een belegen naam eigenlijk. Dat ik me nooit heb verzet tegen deze liefkozende benaming is me een raadsel. Zeg mam, weet je niks beters? Mijn vriendinnen noemden mij vroeger Kat. Kijk, dat vind ik wel leuk. Het voelde vertrouwd en lief. Een naam passend bij een opgroeiende puber. Nu noemt niemand me meer zo. Jammer. Mam. Mammie, mamaaaa. Daar luister ik naar. Daar word ik wakker van én wakker mee. Mijn oudste zoon noemt me zo nu en dan Katja. Dat doet hij al vanaf het moment dat hij kon praten. Het voelt prettig en goed als hij me aanspreekt om wie ik ben.
We hadden een tijdje geleden een vriendje van een van de jongens op bezoek die me starend aankeek.  ‘Noemen ze jouw mammie Katja?’ Ik keek hem verbaasd aan. ‘Zeiden ze mammie dan?’ ‘Ja echt, ik hoorde het’, zei hij schuchter. ‘Mijn moeder wil dat ik haar ‘mammie’ noem.’ ‘Goh,’ zei ik en hij praatte verder. ‘Anders wordt ze chagrijnig.’ ‘Oh’, zei ik en er keken een aantal welbekende kinderogen naar me op. ‘Moet jij mammie zeggen tegen je moeder? Belachelijk’, zei de meest duidelijke en ongecensureerde van mijn kroost met brommende stem. ‘Belachelijk’, herhaalde hij nog eens, alsof hij nog niet duidelijk genoeg was geweest.
De jongen haalde zijn schouders op. ‘Ze is sowieso altijd chagrijnig, die moeder van mij.’ Ik keek naar de afhangende schouders en kreeg de neiging dit jongetje eens even stevig aan mijn boezem te drukken. Arm schaap. Mammie. Ha! Wat een pretenties. Het joch keek me aan en zei zacht: ‘Eigenlijk wil ik een moeder zoals jij. Waar je een beetje mee kunt lachen. Ik slikte. Nu bevonden we ons op glad ijs. ‘Ik ben ook vaak chagrijnig hoor,’ zei ik. ‘Hč jongens?’ ‘Ja hoor’, zei nummertje altijd-helder: ‘Ze is ook vaak chagrijnig. Dan rent ze je achterna en schopt je onder je kont als je niet snel genoeg boven bent.’ ‘Echt?,’ zei het joch. ‘Cool, dat doet mijn moeder nooit.’

Reageer op deze column...
 
Geschreven op 10 juni 2009
 

Sitemap