|
|
| |
Column
Liefdesdans
In het lunchrestaurant waar ik wacht op mijn
afspraak is het rustig. Ik neem voor de vorm wat
papieren door. Altijd prettig om je zo een
houding te geven. Terwijl ik afwezig blader in
mijn agenda zie ik twee mensen binnenkomen. Een
man en een vrouw van rond de veertig. Beiden
dragen een spijkerbroek. Zij met een zwarte
zijden blouse, hij met een wit overhemd. Haar
bruine haar is halflang en danst rond het
gezicht. Zijn haar is grijs, goed geknipt en
kort. Ze lachen en hij geeft haar speels een
zetje in haar rug. Ze kiezen de tafel schuin
tegenover mij, precies in mijn gezichtsveld. Ik
blader wat en schrijf een paar non-woorden op
een willekeurige bladzijde. De man wenkt de ober
en bestelt twee witte wijn, terwijl ‘ie strak
naar haar blijft kijken. Ik krijg opeens ook
trek in iets sterkers en bestel een rode port.
Het stel praat op gedempte toon, maar ik houd
mijn adem in, stel mijn oren scherp en probeer
de conversatie te volgen. Onbeleefd, ik weet
het, maar mijn voelsprieten vertellen mij dat
dit een bijzondere bijeenkomst is.
Binnen vijf minuten weet ik dat het geen
echtpaar is, maar bevriende kunstenaars die
samenwerken aan een groot doek. Ik gluur
vanonder mijn hand naar de vingers van de twee
en zie inderdaad verschillende trouwringen.
Juist ja. Hij aait over haar slanke hand en zij
houdt haar hoofd schuin. Ik zie dat ze op haar
lip bijt. Oei, dat komt aan. Hij verschuift
ongemakkelijk op zijn stoel, leunt snel even
achterover, neemt een slok wijn en veert soepel
terug aan tafel. Zij grinnikt en wrijft een
bruine lok uit haar gezicht. Het spel lijkt
jong. Mijn port wordt gebracht en ik neem een
grote slok. Niet erg charmant, maar mijn
aandacht ligt bij de zinderende spanning die een
tafeltje verder onopvallend wordt geëtaleerd.
Ik zucht onhoorbaar. Mooi zo’n nieuw begin, maar
–gezien de trouwringen– ook levensgevaarlijk
waarschijnlijk. Ik zie dat de man zijn ogen niet
van haar kan afhouden. Zijn blik glijdt van
links naar rechts, van boven naar beneden en het
lijkt wel alsof hij met zijn ogen een
denkbeeldige lijn rond haar bovenlichaam trekt.
De vrouw kijkt ook, zij het aarzelender en
terughoudender. Maar, ik kan aan haar schouders
zien dat ze geniet. Zij beweegt ze in een
vloeiende lijn met z’n ogen, bijna of ze binnen
de door hem aangegeven grens probeert te
blijven.
Ik voel me steeds minder voyeur en betrap mezelf
op een dromerige blik. Ach ja, zo in ogen worden
gekeken, indringend en veelzeggend, intiem en
veelbelovend. Ik denk aan de gevolgen voor de
twee. Ze hebben vast alle twee kinderen. In
ieder geval een vaste partner, goede banen en
een goede naam. Tsja.
Hoe deze twee, die duidelijk een amoureuze weg
hebben ingeslagen, het tij zouden moeten keren
weet ik ook niet. En het ziet er naar uit dat
zij er ook niet over nadenken. Althans niet nu,
niet hier. Het lunchrestaurant is inmiddels
aardig volgelopen. De veertigers hebben het niet
gezien. Zelfs een felle uitslaande brand vlakbij
zou hen ontgaan zijn vrees ik. Zelf heb ik het
ondertussen behoorlijk warm gekregen van de
liefdesdans die hier vlakbij zo subtiel wordt
opgevoerd. Ik heb het verhaal van de twee in
gedachten al geschreven. Als eerbetoon aan de
kracht van de liefde, goed of fout, acceptabel
of verwerpelijk, oneerbaar of gewoon ongelooflijk
en bloedstollend romantisch.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 29 september 2010 |
|
|
|