Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Maria
De kapel ligt er verlaten bij. Iemand heeft vanochtend het pad sneeuwvrij gemaakt. Een vrijwilliger waarschijnlijk. En er branden kaarsen binnen. Het is er steenkoud. Mijn hond weet de weg en snuffelt aan de dikke, witgekalkte muren. Gelukkig tilt hij zijn poot niet op tegen de kerkbanken. Ik voel in mijn zak en vind lucifers en twee waxinelichtjes. Ik steek de kaarsen aan en ga op de voorste bank zitten. Een ex Katholiek tegenover Maria. De enige uit de Katholieke kerk wie ik de rug niet heb toegekeerd. Dat komt door m’n opa. Hij schonk mij een spuuglelijk, houten Mariabeeld dat ik jarenlang, opgerold in een krant, liet liggen op zolder. Tot we verhuisden en ik het ‘ding’ weer tegenkwam. Omdat ik in de verhuisstress wel wat hulp van ‘boven‘ kon gebruiken plantte ik het beeld in de kamer en zette er een kaars bij. En eigenlijk valt vanaf die dag de lelijkheid niet meer op. Het staat zelfs wel hip naast mijn ‘trouwe’ fles port. Nu brand ik bijna dagelijks kaarsen, voor wie wil, het nodig heeft of gewoon voor al mijn eigen onvervulde wensen, dromen en verlangens. Het ankert de gedachten! En in de kapel vlakbij mijn huis is dat gevoel nog wat sterker. Zelfs mijn hond weet dat, want ook hij vergeet hondse zaken en komt als ik ga zitten onmiddellijk rustig aan mijn voeten liggen.
Laatst reed ik in het donker langs een kerk in een dorp vlakbij de Loonse en Drunense duinen. Het was al donker en ik twijfelde een moment. Zou ik? Ach, waarom ook niet! Ik parkeerde mijn auto en liep naar de ogenschijnlijk verlaten kerk. De deur was open en binnen drong een vette wierookgeur mijn neus binnen. Er was een mis aan de gang. Ik probeerde de tussendeuren zo zacht mogelijk te openen, maar het gekraak deed een aantal mensen in de banken toch omkijken. Ik kende deze kerk ergens van en liep als vanzelf naar het Mariabeeld achterin. De ongeveer 15 kerkgangers hadden de belangstelling voor mijn onverwachte entree al verloren en zongen mee met een onbekende psalm. Ruggen en jassen. En een enkele pet. Moeten die niet af in de kerk? Nou ja. Ik keek naar het Mariabeeld dat was opgesteld voor een donkere eikenhouten wand. Ze droeg een donkerblauwe, fluwelen, lange jurk afgezet met gouden biezen en wit kant. Het kind op haar arm leek welhaast vergroeid met haar lichaam. Zoals je weleens een tas onder je oksel klemt, zo ongeveer zat de kleine tegen haar lichaam aan. Maria had dus beide handen vrij. In haar ene hield ze een soort zilveren staf en in de andere een brandende kaars. Zouden ze dit beeld weleens meedragen door het dorp in een soort van processieoptocht? Wat wist ik eigenlijk weinig van het geloof! En alles wat ik weet is geboren in de tijd dat we naar de kerk moesten. Het kerkorgel speelde opeens bekenden tonen. Mijn God nee, niet het Ave Maria. Jawel. Ik hoorde een trap kraken en keek achterom. Een reusachtige vrouw beklom het balkon achter het altaar en nam positie met het gezicht naar de gelovigen toe. Ze stak tot haar knieën uit boven de rand van het balkon. Haar gebloemde blouse zat strak om haar enorme bovenlijf en ik versteende toen ze de eerste loepzuivere noot inzette. Het Ave Maria voor 15 gelovigen, de pastoor en 2 misdienaars. En voor een een dolende ziel….

Reageer op deze column...


Geschreven op 30 november 2010
 

Sitemap