|
|
| |
Column
Martin Bril
Martin Bril is dood. Zijn nieuwe plek op de
voorpagina van de Volkskrant was al een week
leeg. De regel 'Vandaag geen Martin Bril'
voorspelde niet veel goeds. Iedere ochtend loop
ik naar de postbus en kijk als eerste naar de
plek rechtsonder op de voorpagina. Sjit. Weer
geen Martin vandaag. Hoe begin je je dag zonder
Martin Bril? Chagrijniger dan anders. Dat
zondermeer. Kaal. Een vriend zei onlangs ‘Met
een goeie column van Martin kan mijn dag niet
meer stuk.’ En zo was het. Was, was, want hij is
dood. Uit respect zette de Volkrant geen
vervanger op de plaats in de dagen dat Martin op
zijn sterfbed lag. Hulde! Dat de lege plek
gevuld moest worden, dat snap ik. ‘Er staan
reclameboodschappen op zijn plek,’ vertel ik
zuchtend aan mijn lief. Tsja (om maar bij
Martin's eigen woord te blijven.) Vanochtend
haal ik de krant uit de bus en roep naar lief, ‘
Hé, Martin is er weer!’ Ik zie letters op zijn
plek en de titel 'Dicht bij huis'. Ik wil lezen
dat hij terug is, die klote ziekte weer eens te
slim af is geweest. Wil lezen, maar lees iets
anders. Godver (sorry mam). Het is Remco Campert
die me toespreekt. Vlug sla ik de krant helemaal
open. Hij is dood. Martin Bril is dood.
'Columnist en schrijver Martin Bril overleden.'
Het staat er echt. Huilen om iemand die je niet
persoonlijk kent is een beetje raar en toch
wellen tranen bij het lezen van de ongewoon
emotionele tekst van Pieter Broertjes,
hoofdredacteur van de Volkskrant, waarin hij
Martin citeert: ‘De bal ligt tegen de muur. Ik
kan hem niet meer wegtrappen. Ik ben doodmoe.’
Woorden van een uitgeschreven schrijver. Mooie
woorden. Laatste woorden. Martin het ga je goed.
Daarboven, daar waar je een hele nieuwe wereld
tegemoet zult wandelen, slenteren, zonder je
hond dat wel, maar Martin, daar waar iets is, of
niets is, daar waar kleine of grote vragen
zullen opkomen, daar waar je pijnloos en
energiek de woorden kunt schrijven in de blauwe
hemel. Met je vingers langs de randen van
onweerswolken of likkend aan de vroege
zonnestralen.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 23 april 2009 |
|
|
|