|
|
| |
Column
Melkmeisjes
De borst geven aan je baby is intiem en
bijzonder. Je moet gaan zitten en al je aandacht
bij je baby houden. Hoewel ik soms ook wel eens
met een baby aan de borst opstond om de deur
open te doen. Stom? Ja behoorlijk. Ik had gewoon
moeten blijven zitten op de bank. Laat ze maar
bellen. Denk ik nu. In het Volkskrant magazine
staan foto´s van vrouwen die kolven op het werk.
“Melkmeisjes” is de titel. De vrouwen op de
foto´s zitten gezellig met elkaar te praten in
speciaal ingerichte kamers, terwijl ze kolven.
Melkfabrieken. Op iedere borst een kolfapparaat.
Op het werk, ver weg van hun lieve baby´s. Een
baby zelf zou niet kiezen voor een moeder op
afstand. Natuurlijk krijgen ze straks haar melk.
Natuurlijk komen de moeders straks gewoon weer
thuis. Straks? En nu? Waar zijn ze nu? Mamaaa?
Met haar specifieke geur, haar zachte borsten,
haar warme buik. Met mijn handen friemel ik aan
haar ketting. Als ik groter word bijt ik met
mijn eerste tandje in haar tepel. ‘Auw!’ Dat
zegt ze dan en kijkt me boos aan. ‘Auw, dat doet
pijn hoor. Niet doen.’ ‘Oh, sorry mama.’ Van
binnen lach ik dan een beetje. Het is leuk om
mama te laten schrikken. Ze reageert zo puur.
Grappig ook. Ik zie en hoor alles, al ben ik
klein. Ik zie mama balen, huilen, lachen,
vloeken, vrijen en genieten. Met mij op schoot
zit ze heel stil en soms springt ze ineens op.
Dan bungel ik in haar armen. Is niet erg. Ze
laat me toch niet vallen. Ze zingt liedjes voor
me als ze me in bad stopt. En vlak voor het
slapen zingt ze altijd: ‘Duifjes, duifjes, kom
maar bij ons. Wat een mooie veertjes, wat een
lekker dons,....Duifjes, duifjes, wat zijn ze
mak, zeventien duifjes, boven op het dak.’ Ik
val er van in slaap en leg mijn hoofd tegen haar
hals. Daar ruikt ze het lekkerst. En als papa
een keer een flesje probeert, omdat mama één
nachtje wil doorslapen, houd ik mijn kaken stijf
op elkaar. Als ik zou kunnen zou ik hardop ‘NEE’
zeggen. ‘NEE, NEE, NEE.’ Papa snapt het wel. Hij
brengt me in de stilte van de nacht naar mama.
Ze slaat het dekbed al aan de kant als ze ons
hoort komen. ‘Kom maar liefje. Heb je honger.’
En dan drink ik gulzig en voel me gelukkig. De
melk is lauw. Precies goed. Beter dan die vieze
fles met die plastic speen. Ik graai met mijn
handen in haar pyjama. Ze kust mijn haartjes.
Dat is lekker. Ik trappel met mijn beentjes in
haar buik. Nu ben ik moe. En mama ook. Ze slaapt
al en haar hand ligt op mijn billen. Ik val ook
bijna in slaap. En papa snurkt. Morgen blijven
we lang uitslapen. Mama en ik. De dag is van
ons. Mama is van mij. En ik ben van mama.
De tas staat al klaar. Van de kolfmoeder. De
kolftas, de luiertas, haar werktas, haar
lunchpakket. De kolfmoeder strijkt haar ruisende
rok glad. Ze eet snel. De baby huilt. ‘Nou, kom,
nu niet zo piepen. We gaan naar de crèche. Naar
je vriendjes. Fijn hè?’ En dan laadt de
kolfmoeder alles in de auto. Het is druk op de
weg. De dag is begonnen. Drie keer zal ze gaan
kolven vandaag. Daar heeft haar baas een ruimte
voor vrij gemaakt. Ze denkt aan haar baby. Hij
slaapt vast al. Zouden ze niet vergeten die
smetplek onder zijn oksel in te smeren? Kom,
laat los. Denk aan dat beleidsstuk. Moet af.
Vandaag nog. De kolfmachine zoemt. De melk
druipt langs de binnenkant van de fles. Veel
melk. Voor haar baby.
Melkmeisjes? En term die zo mooi klinkt is in
werkelijkheid een treurige slogan voor
instantmoeders. De borst geven aan je baby is
intiem en bijzonder.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 16 mei 2009 |
|
|
|