|
|
| |
Column
Nachtkroeg
De droom is zo helder dat ik met wijd open
ogen het donker in staar en probeer grip te
krijgen op de werkelijkheid. Het lijkt of de
film nog doordraait. Hé, ik ben wakker hoor,
stop the movie. Maar de band draait door en
toont me beelden die kris-kras door de tijd
schieten. In één seconde ben ik kind, dan weer
bejaard. Gek genoeg zie ik mezelf nergens als
bijna veertiger. Mijn echte leeftijd dus. De
leeftijd waarop iedereen opeens de balans gaat
opmaken. Ik wil de droom beïnvloeden. Dat is
toch mogelijk? Even kijken achter de schermen
van mijn eigen, huidige leven zeg maar. Dat kan
ik wel schudden dus. Mijn vraag verschrompeld in
de duisternis van de slaapkamer. Slechts een
zacht ronkend geluid begeleidt mijn ‘stomme’
film. Ik schiet in de lach. Een snurkende
ondertiteling. Ontnuchterend die man naast mij.
Ik probeer weer te slapen, maar ben klaarwakker.
Sommige dromen maken je bang, andere verwarren
je en deze droom, deze droom zet me precies op
de middenstip van mijn leven. Ik kan 90 graden
draaien en terugblikken én vooruit kijken. Het
dreinende kind in mij wil alleen iets anders. Ik
wil het NU zien, maar ik sta op het NU. Podver.
Krijg geen zicht op het NU. Ik ben het NU. Ja,
zo kan ‘ie wel weer. Ik roep mezelf tot orde. Ga
slapen mens. Wat een geneuzel. Morgen ben je
bekaf van dat zinloze nachtbraken. Gniffelend
rolt de film in slow motion door als ik in een
onrustige halfslaap dommel. Veertig. Veertig. Ik
geloof dat ik een weekend moet onderduiken in
een klooster of in alle eenzaamheid langs de
branding van de zee moet gaan lopen om vrij te
kunnen denken. Die zeurende stem van binnen wil
gehoord. En spreekt. Kan hij dat niet overdag
doen? Gewoon, als ik de krant lees of zo. Of met
de hond loop. Nee! Kennelijk is de nacht ook
bedoeld voor levensvragen van formaat. Ik denk
aan mijn vrienden. Zouden zij ook wakker zijn?
Met z’n allen in de nachtkroeg, beetje
filosoferen, drankje erbij. Best gezellig
eigenlijk als je bedenkt dat je niet de enige
bent in dit stille, donkere niemandsland. Waarom
hoor ik bij daglicht nooit eens een uitgesproken
droom van anderen? Een vraag of onzekerheid?
Nee. We rennen en draven, zorgen en zogen,
verschijnen en verdwijnen. Druk, druk, druk.
Bullshit. Ik open de nachtkroeg. Vanaf vandaag.
En schenk behalve thee en warme melk met honing
(gadver) ook een lekkere borrel. Zodat we in de
schijnselen van de tijd kunnen lachen en huilen,
vloeken en zingen, spelen en zwijgen. Wie durft?
Reageer
op deze column...
Geschreven op 10 juni 2009 |
|
|
|