|
|
| |
Column
Oud Zuid
Het is een begrip in Amsterdam. Oud Zuid. In
Oud Zuid woon je niet daar leef je. Of zoals
sommige bewoners zelf zeggen: “het is het
luxereservaat van Amsterdam.” De ongeschreven
wetten leer je hier sneller dan je theorie
rijexamen. Dat is een must. Anders ben je
outcast. Of heel beroemd, of toch gewoon lekker
jezelf. Allemaal mogelijk. Ik wandel door Oud
Zuid en tel binnen een kwartier vijf
‘bakfietsen’ met daarop in totaal 13 kinderen
tussen de 4 en 8 jaar. Voorop meisjes van 18. Au
pairs. In Oud Zuid heb je een au pair. Ze zijn
lang, slank en hip gekleed. Het prototype
hockeymeisje. Kan zijn dat ik sectie onooglijk
heb gemist, maar de meisjes die ik zie zijn
prachtig. Het is bijna vier uur. Ik heb nog een
paar minuten voordat ik bij mijn afspraak ga
aanbellen. Dit is dé tijd dat de meisjes
rondrijden. Ze hebben de kinderen van school
gehaald en manoeuvreren de bakfietsen behendig
langs de grachten. Houten poorten slokken de
hele mik op. Thuis. Wat gaan ze binnen doen?
Thee inschenken voor de kinderen? Iets lekkers
klaarzetten, een spelletje doen? Koken,
strijken? Ik denk aan mijn eigen kinderen. Aan
de knal waarmee ze op het schoolplein tegen me
aanvliegen nadat de bel is gegaan. ‘Mamaaa.’
Deze momenten duren niet langer dan een paar
tellen, maar ze zijn er. Iedere dag weer. Samen
snuiven we bekende geuren en knijpen en schurken
even lekker tegen elkaar aan. De au pairs staan
ook bij school. Ze pakken jassen en tassen en
zeggen: ‘Hallo Stijn, Mees, Sophie en Roosje.
Leuke dag gehad op school?’ Ik kijk naar de au
pairs. Met lege blikken trappen ze voort. Voor
hen is het werk. Dat is te zien ook. Misschien
mijmeren ze over wilde nachten en vrije dagen en
tellen de uren van het ‘moedertje spelen’ in hun
mooie hoofden. De bakfietskinderen kijken strak
voor zich uit. Wat zijn ze braaf en stil. Ze
lijken wel geboetseerd uit was. Ze zijn nu bijna
thuis. Missie volbracht: Opgehaald, vervoerd,
verzorgd. Perfect geregeld.
Ik wil mijn kinderen dit reservaat van
bakfietsen laten zien. Ze zouden zich slap
lachen. ‘Mam, hé, kom we gaan niet in zo’n bak
zitten. Doe effe normaal.’ ‘Dat is hier normaal
jongens,’ zou ik dan zeggen. ‘Iedereen doet het
zo.’
De scheidslijn tussen gewoon, normaal en absurd
is dun. Zo dun dat je zelf niet meer ziet hoe
‘normaal’ je eigen leven is. Hoe heerlijk
gewoon. ‘Maaaam. Maaam, mag ik afspreken? Maaam,
wat heb je gekocht? Wat eten we straks? Mag ik
vast een boterham pakken? Zullen we even
knuffelen mam en dan een potje kaarten? Wil je
me overhoren? Even kletsen mam?’ Mama. Ze is er.
Altijd. Soms balend en doodop, soms grommend en
verwijtend, soms in tranen, maar altijd in
hoogst eigen persoon. Waarom? Dat weet je weer
als je een middagje door Oud Zuid slentert.
Daarom dus!
We gaan ze een weekje ruilen: ‘bakfietsen’ tegen
‘Brabo’s’. Zoiets als het programma Puberruil.
Hilarische tv. Dat zeker. Ik ga alvast droog
oefenen, om de overgang naar
Oud Zuid voor mijn Brabo'tjes te verzachten. Zo moeilijk is het
niet. Grote zonnebril opzetten én ophouden (ook
binnen), scooter lenen van de buurjongen,
flesjes rosé opentrekken, sushi laten bezorgen
en oefenen op een perfecte R.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 17 juni 2009 |
|
|
|