Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Puber
´Saaaai´. Uit zijn bijna 13-jarige mond klinkt het nog dramatischer dan in geschreven vorm. ´Saaaai.´Oh, pijnlijke pubertijd. Tijd van veranderingen, onzekerheden en brute losmakingdrift. In de Efteling loopt hij honderd meter achter ons. ´Saaai.´ Het is een hemelse aanprijzing voor een wat kille lentedag. Zelfs de Python kan hem niet bekoren. Tot we een lek vinden in zijn waterdichte panster. ‘We hebben onze eigen attractie bij ons,’ zeg ik iets te luid. Hij schiet in de lach. De zon breekt door. Het kind verschijnt onder de te lange benen en armen, de slungelige slentergang. Hij rent naar de Vliegende Hollander en sluit aan in de lange rij. Puber. Lieve, lieve puberzoon. Bonkig geeft hij een omhelzing.
Een bezoek aan Art Amsterdam (kunstRAI) wordt gevreesd. ‘Dat gaan de kinderen niet leuk vinden,’ mompelen we. Wat schetst onder verbazing. Ze vinden het fantastisch. Hè? Kunst? Leuk? Ze lopen kordaat en trefzeker langs de meest uiteenlopende kunstwerken en geven ongezouten kritieken. Hardop, dat wel, maar goed. Mijn trots druipt werkelijk langs mijn opgewekte humeur. Kunstminnend Nederland ziet ze ook, die vier montere, piepjonge kunstkijkers. Enkele oplettende bezoekers geven kwinkslagen en knipogen naar ons, de ‘bejaarde achterhoede’. Gelukkig is er net op tijd, voordat de onvermijdelijke dip genadeloos toeslaat, een eetgelegenheid. Ha! Dat is mooi. Gevieren klimmen ze op hoge barkrukken in een ‘vette loungebar’ en drinken verse jus en eten sandwiches. ‘Gaaaaf hier man.’ ‘Nu moeten we snel wegwezen hier,’ zegt manlief, terwijl ik vlug mijn laatste slok witte wijn achterover sla. We willen die spanningsboog, die hier zo wonderbaarlijk in vorm blijft, zo houden. Dus lopen we naar de uitgang (waarbij wij stiekem de halve beurs nog doorkruisen) en blijven ons verbazen over de opperbeste stemming. Ze mogen nog een tas vullen met folders en anderszins papierbakwaardig materiaal en beginnen al wat te kissebissen over ‘mijn en dein’. Met de hakken over de sloot behalen we de finish. Ik houd mijn adem in. Manlief moet nog een uitrijkaart kopen. De kleinste houdt haar buit (een ECHT dik boek) angstvallig tegen haar buik. ‘Van mij.’ Het staat er nog net niet op gedrukt. In de ondergrondse garage laat ik onopvallend de opgespaarde lucht ontsnappen. ‘Wat een voorbeeldige familie.’ Je hoort het ze denken. Die voorbijgangers van de beurs. In de auto breken de eerste barstjes in deze ongeloofwaardige aanname. Een mep, een woord, een schreeuw, een zucht (1e rij). Jammer genoeg zijn mijn armen niet lang genoeg voor de achterste stoelen. De achteruit gemaaide krachtexplosie treft slechts de passagiers van de stoelen achter mij. Pech. En de patriarch van de familie hoest een drieste oerkreet. ‘Koppen dicht!’ Ah lekker. Dat werkt. Het is stil. Tijd voor een cd'tje. We moeten even zoeken, maar vinden wat we willen. Radio Hollandio op cd. Excuse-moi. Een opvoedkundig verantwoorde oppepper. We hoeven nog slechts langs drie grote gele masten met die welbekende M.
‘Wat eten we?’  ‘Kip kerrie? Gadver.’

Reageer op deze column...
 
Geschreven op 18 mei 2009
 

Sitemap