|
|
| |
Column
Reünie
Nerveus loop ik naar de kroeg in Doetinchem
waar 25 kinderen en twee leraren van weleer
wachten op een bijzondere ontmoeting. Een reünie
van de laatste klas van de lagere school. De
bedenker ervan verdient de Nobelprijs voor de
vrede. Binnen enkele seconden ben ik 11, dan
weer 6 en soms ineens 39. Hoe vreemd is het te
zien dat de grapjas nog steeds de grapjas is, de
stille nog steeds de stille, de lieverd, de
lieverd, de knapperd, de knapperd, de slimme de
slimme, de vlotte de vlotte en de tijd
vervlogen. Kraaienpoten hebben we allemaal!
Gelukkig. En verhalen komen vanzelf. Ik dompel
mezelf onder in vergeten sentimenten en voel me
intens gelukkig nu het verleden zich aandient in
een nieuw, modern jasje. De beste tijd, denk ik
’s nachts in bed, om je jeugd onder ogen te zien
is in de bloei van je leven. Nu dus. Wie waren
setjes in de laatste klas van de lagere school?
De vraag galmt langs de grijnzende gezichten.
Kusliefjes genoeg. En ik word door het verleden
gekoppeld aan een vriendje van toen. We staan
weer naast elkaar en hebben niet veel woorden
nodig. We lachen en weten hoe platonisch onze
vriendschap was en bleef. Mooi. Iedereen kent
details die anderen zijn vergeten en gedurende
die lange avond ontstaat een verhaal dat verder
gaat dan een herinnering van één individu. Ik
voel me op en top Achterhoeker! Een echte! De
trots is nieuw en gemeend. De humor en sjans
verrassend en ontroerend. Een cadeau! Wij, de
kinderen van toen, in volwassen verpakking. Ik
heb zin om te blijven tot de lampen aangaan.
Totdat ik zo schor ben dat ik meewarig zal
worden aangekeken door mijn gezinsleden. “Hé
mam, wat praat je raar.” “Oh, schatjes, het was
zo heerlijk, zo bijzonder.” “Was je even Katja
mam?” Ik knipper verbaasd met mijn ogen: het is
waar, af en toe terugkeren in de tijd brengt je
dicht bij jezelf. De nacht is lang en we
proosten met overvolle bierglazen en
blijven als een stelletje schapen grazig tegen
elkaar aanplakken. Glanzende ogen! Als ik de
volgende dag langs het groene landschap richting
Zuiden rijd duw ik de gaspedaal wat dieper in en
zet Hazes harder. Ik ben gereset lijkt wel.
Stekker erin, stekker eruit, opgestart. De
bibberende knieën van de eerste aanloop zijn
verdwenen en ik wentel mezelf in clichés waar ik
normaal hard om zou lachen. Kinderen zijn
volwassenen en volwassenen kinderen? En soms,
heel soms ben je even beiden. Een cadeau van de
tijd. Zomaar!
Reageer
op deze column...
Geschreven op 13 september 2009 |
|
|
|