|
|
| |
Column
Stemgeluid
Hebben ze onze vorstin die routeplanner
laten inspreken? Ik verslik me in de eerste slok
koffie als mijn nieuwe car-navigator van wal
steekt. Een plakkerige, geaffecteerde
vrouwenstem zegt dat ik eerst de pijlen moet
volgen. Ik druk op de knoppen. Kan dat mens ook
in het ‘Engels’ misschien? Maar nee, ze gaat
onverstoorbaar verder in keurig Nederlands,
traag en onbewogen alsof ze de miljoenennota
voorleest. Beste landgenoten. Zucht. Dat wordt
een lange reis. 150 km Bea. Zou ze ook champagne
schenken ergens halverwege de route? Met een
lekkere bitterbal? Nou, voorlopig vertelt ze me
alleen nog maar slecht nieuws. File, file, file
en de mist die boven de snelweg hangt bevestigt
haar mededelingen. Pas na Arnhem trekt de mist op. Ik heb Bea inmiddels als medepassagier naast
me. Goed verzorgde handen liggen ontspannen
gevouwen in haar schoot. De knieën dicht tegen
elkaar. Ik vraag haar of ze het laatste stuk van
de reis wil genieten van het landschap? Ze
knikt. Ik zeg haar dat ik even wil nadenken.
Over van alles en nog wat. Dat snapt ze wel,
geloof ik, want ze zwijgt opeens en staart
afwezig uit het raam. Ik denk aan de IJssel en
de IJsselbewoners. De IJssel die door mijn
geboortedorp Doetinchem stroomt, meandert ook
door Deventer. Het is een mooie rivier. Eerlijk
en Hollands. Zonder poespas. Geen Duitse Moezel
zal ik maar zeggen. Dat is toch meer een pronte,
zichzelf op de borst kloppende rivier. Ik hoor
de telefoon zacht ruizen. Heb ik verbinding met
de wind? Bea is het niet zie ik. Zij is
knikkebollend in slaap gevallen. Een tevreden
glimlach om haar mond. Het is ook wat, altijd
maar die routes opsommen. De zon schijnt flauw.
Het lijkt wel alsof ik weet hoe ik moet rijden.
Er fluistert iemand in mijn oor. Hij wijst mij
de weg door dit mooie Hanzestadje. Het is geen
bekakte stem, ook niet schel of irritant. Het is
een warme mannelijke stem. Of ik met het pontje
de rivier wil oversteken? Het pontje? Voor een
euro over de rivier? Lopend dan wel hč, de auto
kan er niet op, lijkt de stem te zeggen. Dat wil
ik wel. Alleen ga ik dan wel flink te laat komen
op mijn afspraak. Maar de ‘stem’ is dwingend en
laat zich niet afleiden van mijn sputterende
tegenwerking. Of ik dan straks ook nog even door
de mooie bomenlaan wil rijden. Na de afspraak.
Ik ben dol op grote, mooie bomen, dus mijn
antwoord sterft al op mijn lippen als ik voel
dat ik gedwee zit te knikken. Man, man, man,
zo’n boardcomputer wil ik. Ik ga vanmiddag
meteen naar de garage en vraag of ze Bea willen
ombouwen tot deze fraaie voice over. Of ik
voortaan dan heel geconcentreerd de route zal
vervolgen is een tweede. Het leidt natuurlijk
wel af. Maar ja, die zuinige calvinistische
pruimmond van Bea leidt in zeker opzicht ook af.
Reageer
op deze column...
Lees
ook het nieuwe gedicht van deze week...
Geschreven op 2 juni 2010 |
|
|
|