|
|
| |
Column
Stille passie
Terug van een vakantie op zee. Letterlijk op
zee. Los van de aarde. Althans zo voelde het.
Hoewel ik geen zeebenen heb - dacht ik - bleek
de zee mij een soort van goedgezind. Uren
staarde ik gelukzalig uit over kabbelende
golfjes, wat hogere klotsgolven en
uiteenspattende snelheidsgolven bij 9,5 knoop.
Ik zag dolfijnen en gilde euforisch “DOLFIJNEN”
waarna de beesten er van schrik razendsnel
vandoor zwommen.
De deinende boot gooide de eerste dagen mijn
complete landbrein door de war. Ik werd eerst
licht in mijn hoofd, daarna een beetje dizzy en
vervolgens verschoof er iets voorgoed daarboven.
Eenmaal thuis bewoog mijn bed nog dagenlang
geruststellend heen en weer en kregen mijn
gedachten, wat ik ook probeerde of deed, geen
vast ‘voet’ meer aan wal. Na een week begon ik
me lichtelijk zorgen te maken. Er zou toch niet?
Meerdere malen probeerde ik de wachtwoorden op
mijn pc terug te vinden in mijn geheugen om - de
paniek kroop stilaan dichterbij - te constateren
dat het daarboven akelig stil was en bleef.
Niets. Ik bedacht wat ik, mocht het nooit
terugkomen, het liefst wilde gaan doen en deed
wat ik altijd doe als ik het even niet meer
weet: koken. Ik kocht culinaire vakbladen, ploos
minutieus ingewikkelde recepten uit en bond de
sloof voor. Middagenlang stond ik, onder
goedkeurend geknik van mijn nog
vakantie-vierende kroost, te bakken, braden,
stoven en te grillen. De kilo’s die door de zee
waren verslonden schoven voorzichtig weer terug
op borsten en billen en ik schonk er ook maar
eens een borrel bij in. Het zou zomaar mijn
nieuwe ‘leven’ kunnen worden.
Totdat ik in een opwelling besloot weer eens
iets aan literatuur te gaan doen. Manuscripta
Amsterdam, de boekenbeurs. Op zondag. Dat werden
dan, helaas voor de kinderen, gewoon boontjes
met verse worst die dag, die manlief overigens
met veel verve in elkaar draaide. Over simpel
geluk ook niets dan goeds. Eenmaal in het
walhalla voor letters en zinnen overviel ook
hier mij weer het gevoel een kommaatje te zijn
in een vuistdikke roman. Zoveel aanbod, zoveel
nieuw talent, zoveel oude hap, zoveel. Veel. Ik
liet ook hier de golven over me heenslaan en
dreef van het ene gebouw naar het andere.
Verbaasd en ook een beetje murw van het veel.
Totdat we neerzegen op een hippieachtige bank in
een dito tent en het feest van herkenning en
erkenning kon beginnen. Schrijvers,
schrijfsters, lezers, journalisten en uitgevers.
In symbiose bijeen. Natuurlijk bleven we er eten
en lachen en drinken. En ongemerkt ankerde mijn
passie in een stille baai. Niet in zeewier,
zoals afgelopen weken, maar in stevige
kleigrond. Ik ben er weer. En hoe!
Reageer
op deze column...
Geschreven op 5 september 2011 |
|
|
|