Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Szymborska
Heel soms schrijf ik een gedicht op bestelling. Een gelegenheidsgedicht. Deze gedichten bewaar ik niet. Ze hebben geen blijvende betekenis voor mij. Meestal zijn het troostgedichten. Gek genoeg zie ik een gedicht zelf niet zo snel als troostmiddel, maar ik vermoed dat veel mensen juist om die reden gedichten lezen. Zelf schrijf of lees ik gedichten liever als proza. Onlangs herlas ik de verzamelde gedichten van Wislawa Szymborska, “de gelauwerde en meest gelezen dichter van deze tijd.” De 87-jarige Poolse, die in 1996 de Nobelprijs voor de Literatuur won, schrijft zich onverhoeds je ziel binnen. Nou, welkom dan, denk ik nederig, maar in werkelijkheid schrik ik me te pletter van de mokerslagen waarmee haar woorden verhalen in mijn hoofd tot leven wekken. Wat leest als een gedicht blijkt een waar betoog, een hartverscheurend verhaal of een diepverborgen bekentenis. “Een onverwachte ontmoeting” is zo’n wonderlijk mooi gedicht, waarvan mijn fantasie keer op keer op hol slaat.

EEN ONVERWACHTE ONTMOETING

We zijn uiterst beleefd tegen elkaar,
leuk je na zoveel jaar weer te zien, beweren we.

Onze tijgers drinken melk.
Onze valken stappen heen en weer.
Onze haaien verdrinken in het water.
Onze wolven geeuwen voor de open kooi.

Onze slangen hebben hun bliksems afgeschud,
onze apen hun inspiraties, onze pauwen hun veren.
De vleermuizen zijn al zo lang geleden uit ons haar gevlogen.

We verstommen midden in de zin,
glimlachen reddeloos.
Onze mensen
kunnen niet met elkaar praten.

Weggestopte beelden, bedolven onder het leven van alledag, staan opeens in het middaglicht te wuiven. “Kijk ons, zie ons, lees ons, begrijp ons.” Ach, mijn krakende gemoed stagneert en starend kijk ik uit over de tuin, waar eindelijk na al die weken, wat groen tevoorschijn komt. Ik moet de vaat nog uitpakken en een was vouwen, maar in plaats daarvan repeteer ik nog maar eens het gelegenheidsgedicht dat ik ga voorlezen op een crematie en voel mijn hart roffelen bij de gedachte dat deze woordelijke troost morgen onherroepelijk zal neerdwarrelen op het verdriet van rouwenden. Hoe zal het overkomen? Heb ik wel de juiste letters aan elkaar geregen? Kan ik mijn stem binnen de lijntjes houden? Het is niet mijn favoriete bezigheid, van wie wel? maar het moet. Kom op, denk ik, niet zeiken en blader nog maar eens door het werk van Szymborska. Op de allerlaatste bladzijde geven haar ontnuchterende woorden mij het laatste zetje in de goede richting. “In de taal van de poëzie daarentegen, waarin elk woord gewogen wordt, is niets gewoon, is niets normaal. Geen steen en geen wolk boven een steen. Geen dag en geen nacht na een dag. En boven alles niemands bestaan op deze aarde. Het ziet ernaar uit dat de dichters altijd veel te doen zullen hebben.
Wislawa Szymborska, Einde en begin, Verzamelde gedichten

Reageer op deze column...
Lees ook het nieuwe gedicht van deze week...


Geschreven op 15 januari 2010
 

Sitemapp