|
|
| |
Column
Tasjesman?
Nou, het is wel klaar zo, al die regen. Ik
heb van pure wanhoop een wegwerp regenjas
gekocht. Heb je die weleens aangehad?
Aangekregen kan ik beter vragen, want het
doorzichtige plastic kleeft zo stevig aan elkaar
dat het lijkt alsof het een ‘voorhangjas’ is.
Maar goed. Ik heb het ding na oeverloos gepiel
aan. En zie eruit als een in vershoudfolie
gewikkelde hondenuitlater. How charming! Ik trek
gauw een grote pet over mijn oren en geef me
over aan de elementen van de natuur. “We gaan op
de fiets,” zeg ik tegen de hond. Dat vind hij
best. Kan ‘ie lekker rennen. Ik laat de riem
thuis. Hij rent los naast mijn fiets. Stoer? Nou
nee, eerder praktisch, want zo heb ik mijn
handen vrij om te remmen. Met huissleutels én
mobiel, én hond aan de lijn remmen is
levensgevaarlijk heb ik onlangs zelf mogen
ervaren.
Buiten razen de wolken sneller dan ik kan
trappen en ik voel het folie flapperen en
wapperen. Vroeger hadden we regenpakken. Dat was
nog eens een avontuur. Net zo nat van binnen als
van buiten als je op school aankwam. En voor
moedertje deed je dat ding de volgende keer
braaf weer aan. Tot de eerste hoek, dan trok je
het donkerblauwe ruisende geval razendsnel uit
en propte het gegeneerd in de schooltas.
Een vrouw met een regenpak is als een man met
een handtasje. Absoluut verboden. Vanochtend,
toen ik in mijn heerlijk verwarmde auto naar een
afspraak reed, zag ik er een. Een man. Met
tasje. Hij kwam zojuist bij de tandarts vandaan.
Mijn eigen tandarts. Daar waar ik vijf minuten
voor een stoplicht moest wachten en alle tijd
had hem te begluren. Een kalende veertiger in
pak, beetje gebogen, gepoetste zwarte schoenen
en die tas dus. Het was een klein zwart tasje
met een hengsel en een rits. Hij haalde er een
doorschijnend mapje uit met blauwe kaartjes en
stopte er een zelfde blauw kaartje bij.
Waarschijnlijk zijn nieuwe afspraak voor over
een half jaar. Hij keek geërgerd naar een
fietser die door een diepe plas reed. Er kwam
wat spatwater op zijn pantalon. Och, die man!
Een ambtenaar? dacht ik. Of een afdelingshoofd
van een ziekenfonds? Nee! Een controleur van de
hondenbelasting. Dat was hij. Zeker weten! Hij
ontvouwde een klein pakketje, dat uit zijn
afneembare fietstas kwam. Ik had nog tijd over
om te zien wat eruit kwam. Een regenpak. Ach ja,
natuurlijk. Meneer is op alles voorbereid. Een
groot, ouderwets bordeauxrood regenpak. Met
zilveren reflecterende bandjes over de mouwen.
Hij stapte in de broek en trok het op tot de
eerste knoop van zijn jasje, ver boven zijn
navel. Het tasje wiebelde aan zijn arm. Toen
schoot hij geroutineerd in het jack. Hij leek
opeens minder op een hondenbelastingcontroleur.
Waarop dan wel? Een postbode? Of toch die
ambtenaar? Ik moest gaan, het stoplicht dwong
me. Jammer! Want die zwarte glimmende schoenen?
Wat zou hij daar mee doen. Twee zakjes van het
Kruidvat, vastgezet met postbode elastieken? Who
knows. Dag meneer. Dag tasjesman.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 26 november 2009 |
|
|
|