|
|
| |
Column
Toekomst?
“Ben je voorbereid op je toekomst?” Ik lees
deze slogan op een bord langs de weg, terwijl ik
er met 130 kilometer per uur langsrijd.
Voorbereid? Over vijf jaar zal onze oudste zoon
wellicht gaan studeren en op kamers gaan. Ben ik
daarop voorbereid? Ja. eh nee? Onvermijdelijk,
heel gezond en een wet der natuur dat
uitvliegen. Klopt. Geen rondslingerende, vuile
sokken meer, stapels Donald Ducks, slepende
onderhandelingen over bedtijden, moddersporen
tot boven toe, zure gezichten bij
taakverdelingen, binnensmonds vloeken als ik
mijn afgesloofde rug durf om te draaien.
Voorbereid? Was dat soms een wervingsslogan van
de EO of van Dela of van een of ander
ziekenfonds dat je medische kosten zegt te
vergoeden en ondertussen geniepig de eigen
bedrijfskas spekt? ‘Kleine regeltjes mevrouw?
Heeft u die
gelezen?’ ‘Nee! Ik lees nooit kleine regeltjes,
want kleine regeltjes zijn etters.’ Ze tekkelen
je als je even niet oplet. Met volle kracht
meppen ze je tegen de vlakte. ‘Opletten
mevrouwtje,’ lispelt de ambtenaar. Ik slik een
lelijk scheldwoord in en zeg zacht: ‘Ik let op
grote borden langs de weg meneer. Wilt u uw
kleine lettertjes voortaan in neonreclame
optekenen langs de snelweg? Goede kans dat ik uw
boodschap dan wel zie en lees.’ Vooralsnog lees
ik alleen vervuilende onzin langs de wegen.
Waardoor ik op slinkse wijze naar sentimentele
onderwerpen wordt geleid. En huil stille tranen
als ik bedenk dat ik over ruim tien jaar nooit
meer verlang naar stilte. Dan is het namelijk
altijd stil. Heel stil. Dan woont vermoedelijk
ieder van ons, in liefde gemaakte kind, op
zichzelf. Hoef ik niet meer te gillen: ‘zachter
die tv, computer, gameboy, iPod.’ Onlangs hoorde
ik mezelf, brandend van opgekropte woede,
roepen: ‘kunnen jullie niet zachtjes ruzie
maken. Ssssst. Mijn hoofd klapt uit elkaar.’ En
aan tafel moet ik de kakofonie aan geluid soms
bruut onderbreken met: ‘Koppen dicht! Nu!’
Heerlijk die ouderwetse regels waarbij tijdens
het eten niet mocht worden gesproken. Ik snap ze
wel die ouders van toen met tien, twaalf of
dertien kinderen. Alleen het tikkende bestek.
Ben ik voorbereid? Nee, tuurlijk niet. Wat een
onzin. Ik ben voorbereid op de maaltijd van
vanavond, het kinderfeestje van nummer drie,
mijn afspraak van morgen in Amsterdam. Ik ben
voorbereid op een lezing van Tom Hoffman komende
donderdag op de Universiteit van Tilburg. Dat
wel ja. En verder gaan mijn voorbereidingen
niet. Ik ken ze wel van die voorgeprogrammeerde,
levenslijdende pietje preciezen.
Ze kijken me bij voorbaat al aan met hun
nietsontziende medelijden. ‘Wist je dat niet?
Echt niet?’ En zeggen: ‘Nee, over drie weken kan
ik niet hoor op vrijdag, want dan heb ik,..’en
dan lepelen ze hun leven op uit een diep bord
vol dikke, trage, halfkoude pap. Hoe
onvoorstelbaar saai. Oké, met mijn planning gaat
van alles mis. Dat moge duidelijk zijn. Met
bossen bloemen moet ik vergeten afspraken
bezweren, duizend maal excuses mompelen en me
diep schamen voor de zoveelste blunder, maar
saai is het niet. Nooit. Drijvend op de stormen
van het leven kijk ik soms om en meestal
vooruit. Maar voorbereid? “Ach, kom nou!”
Reageer
op deze column...
Geschreven op 15 juni 2009 |
|
|
|