Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Toeval
Gracieus ontvouwen de bladeren van de kastanjeboom zich. Wat slapjes nog, omdat de nerven niet helemaal volgezogen zijn met regenwater. Over een paar dagen zijn het kronen en zullen de witte bloemkaarsen fier opkomen. De twee kastanjebomen waar ik op uitkijk staan net buiten de tuin. Een symbolische plek, want ik heb meer op met de beuken en de eiken binnen de piketpaaltjes van ons eigen stukje natuur. Laatbloeiers zijn het, net als ik. Ze lijken altijd verrast als het voorjaar begint, lopen een beetje knullig achter die groenexplosies van de andere bomen aan. Tot nog toe heb ik ieder jaar het eerste blad aan de treurbeuk gespot. Dat blad, verbaasd en verlegen, aan die enorme imposante boom als metafoor van mijn leven. Het leven dat zich telkens weer op wonderlijke wijze aan mij opdringt. Waar ik zo nu en dan zelfs door omver word geblazen. Onverwacht tegenover iemand van lang geleden staan, is daar een voorbeeld van. Handje, natuurlijk, drie zoenen erbij en even diep ademhalen. “Hallo. Wat doe jij hier op deze bijeenkomst?” “Dat wilde ik net aan jou vragen.” Ŕ la Sven Kramer die op de binnenbaan terechtkwam, zo voelde ik me na die handdruk en de bijbehorende ogen. Mannelijke ogen die eerst oplichtten en toen in blinde paniek schoten. Verkeerde baan, verkeerde baan, verkeerde baan, dacht ik en probeerde te luisteren naar een gastspreker die inmiddels was begonnen met een verhaal over succesvol zijn op internet. Hoe kon het toeval mij vandaag hier brengen? Is het de verkeerde of juist de goede plek? Want, hoe dan ook, het bijzondere van Sven’s verkeerde keuze is dat hij heeft ervaren dat het leven niet maakbaar is. Ook al train je alle risico’s naar het andere eind van de wereld, het kan verkeren. Tsja,...het kan verkeren. Mijn ‘verleden’ nam in de pauze de benen. Rennend bijna. Ik zag het en besloot in een split second te vragen waarom hij zo schielijk verdween. Daar moest ik overigens wel een sprintje voor trekken en ik waande me in een slechte b-film. Mijn jurk wapperde in de wind. Ik raakte buiten adem en riep zijn naam. Hij stopte en gaf me hijgend een minuut om het toeval van mijn aanwezigheid te verklaren. Heel wat voor een vluchtend hert dat paniekerig de spiegel op zijn achterste liet blinken in de zon. Maar blijkbaar was angst voor hem reden om te vluchten of omgekeerd was zijn ‘rede’ verdwenen door de angst. Ik kon zijn vlucht niet verklaren en voelde me hierdoor ongemakkelijk en radeloos. Aan de zijlijn van het leven gebeuren soms onverwachte dingen. Die buitenstaanders dan weer verklaren vanuit een geheel andere invalshoek. “Geen toeval”, hoorde ik later die middag van de echtgenote van mijn verleden, “nee, opzet was het dat ik haar man zo ineens in de ogen had gekeken.” Ik zuchtte diep. Mijn eigen man en ik zaten inmiddels in onze zonnige tuin waar we besloten haar aanname niet te gaan weerleggen. In plaats daarvan dronken we een stevige borrel, keken elkaar aan en glimlachten. ‘Blinde paniek’ zo redeneerden we is – zeker voor een man - kinderachtig en zielig. Aan de treurbeuk ontrolde zich het eerste blad.

Reageer op deze column...


Geschreven op 12 april 2010
 

Sitemap