Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Traditie
Samen met mijn dertienjarige zoon zit ik in een Brabantse eetgelegenheid. Hij schenkt aandachtig zijn colaflesje leeg in een groot wijnglas. Gelukkig laat de bediening het lege flesje staan, het lijkt anders verdacht veel op een glas rode wijn. Het is dinsdagmiddag één uur en het restaurant zit vol. Veel zakenlui, groepjes vriendinnen en een oudere man met zijn bejaarde moeder. Lunchtijd. We verheugen ons op de kaart, maar weten dat het een formaliteit is, want we gaan een overheerlijke biefstuk met wit brood en veel jus bestellen. Dat hebben we vorige keer ook genomen en de herinnering doet ons nu alweer watertanden. Met een “makkelijk wiskunde proefwerk” (in mijn herinnering bestaan alleen moeilijke wiskunde proefwerken) heeft mijn oudste vanochtend zijn laatste toetsenweek van het brugklasjaar afgesloten. Reden genoeg voor dit bijzondere uitje, dat zo langzamerhand een soort van traditie lijkt te worden. Zoonlief bestelt naast het gewone menu nog extra huisgemaakte frieten en mayo en kijkt ongeduldig naar de open keuken. “De jus,” zo zegt hij, “is nog lekkerder dan het vlees, weet je nog mam?” Ik voel een traan langs mijn wang lopen en probeer mijn moederlijke trots binnen de vierkante meter van het tafeltje te houden. We praten over school, vakantie, vrienden en eten. Vooral over eten, want dat is zijn favoriete onderwerp. Na een half uurtje wordt onze bestelling persoonlijk gebracht door de kok, een lange vijftiger met grijzende slapen en een vrolijk gezicht. Hij vraagt lachend of we het goed vinden dat hij de twee biefstukken met pan en al op tafel zet. Dat lijkt ons een goed plan en we knikken verheugd. De jus knettert nog een beetje in de zwarte pan en op de rand ligt een oude zilveren juslepel. We worden niet teleurgesteld en schrapen met de zalige frietjes de laatste jus van de bodem. “Aargh, dat was lekker,” mompelt mijn tafelgenoot, terwijl hij de dessertkaart van de naar mij knipogende serveerster aanneemt. Hij neemt cheesecake met ijs en een sausje van pistachenoten en frambozencrème. Ik laat het bij een koffie en kijk naar zijn niet aflatende eetlust. Hij ziet het en harkt alle smaakjes bij elkaar om me kleine hapjes van zijn “toetje” te voeren. We grinniken om zijn twee broers die ons nu voor de vijfde keer bellen met de meest uiteenlopende vragen en opmerkingen. Thuisbasis: “Mogen we tosti's maken? Moet er boter op het brood van een tosti? Mam, ik heb mijn kaasallergie overwonnen. We hebben alle ramen dicht gedaan, want het onweert. Smaakt jullie biefstuk lekker?” Nobel dragen de achterblijvers het feit dat ze deze keer niet mee mochten. Ze troosten zich met de gedachten dat dergelijke uitstapjes ook voor hen in het verschiet liggen. Later, als ze op de middelbare zitten.

Reageer op deze column...


Geschreven op 7 juli 2009
 

Sitemap