|
|
| |
Column
Tweetcafé
Twee keer schreef ik een column over
Twitteren. Twee keer zei ik “NOOIT!” en nu heb
ik een Twitter-account. Ik snap het zelf ook
niet. Mensen die, zeker als je laag gescoord
hebt bij de IQ Test van BNN, zich afvragen “Wat
is in godsnaam Twitter?”, het ligt niet aan je
IQ, het is een ongrijpbaar Internetfenomeen.
Voor degene die vraagtekens in de ogen hebben:
Twitter is een digitaal café waar je met anderen
praat over allerhande zaken. Ik volg op dit
moment elf personen in mijn piepkleine kroegje en
acht daarvan volgen mij. Ik plaats zo af en toe
een Tweet (is een opmerking van 140 tekens) en
krijg daarop soms een reactie. Meestal niet
overigens, want ik ben een grote onbekende in
Tweetland. Ik heb een paar principes bedacht
waar ik me aan probeer te houden. Een daarvan is
niet Twitteren over flutzaken zoals: ‘kopje
koffie, net uitgegleden, hond kotst keuken
onder, spieren vastgeslagen in poging te
sporten, ben op weg naar goede vriend,’....maar,
zo ontdekte ik, alleen tweeten over dingen die
ertoe doen is ook niet de bedoeling. Het is de
truc een combi van deze twee te maken. ‘Zit met
kop koffie column te schrijven.’ Zo dan?
Jongens, waar hebben we het over? Ik ga
opbiechten waarom ik Twitter. Ik Twitter, omdat
een mediakenner mij dit heeft opgedragen. “Goed
voor je pr,” zei hij. Maar,...sprak hij
geheimzinnig “je mag niet opvallend reclame
maken voor je bedrijf, want dan volgt niemand
je.” Nou vind ik mensen die in de kroeg alleen
over werk praten ook enorme zeikstralen, dus
daar ben ik het volledig mee eens, maar logisch
is het niet, want als ik al die verkapte
reclameboodschappen op Twitter lees, denk ik
“Aha, je moet het dus mooi verpakken!” Op mijn
tenen sluip ik door Twitterland, af en toe zacht
roepend om hulp. “Heeelp, ik snap er niks van.”
De eerste keer klikte ik enthousiast een aantal
personen aan die ik wilde gaan volgen. Slechts
drie daarvan gingen mee naar mijn kroeg. Mooi.
De anderen, die niet meegingen – het waren ook
niet de minste – echte BN-Twitter kanonnen zal
ik maar zeggen, heb ik dus, trots als ik ben, na
2 weken al gewist. Mijn kroegje uitgedonderd.
Opzouten. Jazeker, dat kan! ‘Unfollow’ heet dat.
Zo! Dat krijg je ervan als je een beginneling
weigert te volgen. Ik denk niet dat ze ervan
wakker liggen hoor, die BN-ers. Ze hebben vaak
tweeduizend volgers of meer. Druk joh in hun
café. Heel Paradiso kun je ermee vullen. Tsja. Sinds ik een Twitter-account heb denk ik
iedere dag “Ik delete de hele boel” om net op
DAT breekpunt weer een zetje te krijgen. Zo ging
de grote literair agent Paul Sebes me volgen.
Bling! “Kom maar binnen Paul! Biertje?” En een
nieuwe uitgeverij genaamd Karaat. Bling, bling.
“De deur staat open!” En daarom besluit ik nog even te
blijven hangen. Heel even dan. Om nog maar weer
eens een Tweet te zetten. Ja, want meedoen
en niks zeggen vind ik laf. Dat is zoiets als
gniffelend meegenieten van een fikse ruzie op
gehoorafstand. Bleeh. Je doet mee of niet!
Simpel. En sta je erbij dan niet stiekem een
stapje naar achteren zetten als het eng wordt.
Ook laf is je Tweets ‘protecten’, er een slot op
zetten, zodat alleen volgers kunnen lezen wat je
zegt. Gadver. Nee, meedoen doe je in openheid.
Mijn God, ik lijk wel van de EO. Dus, wil je
horen wat ik te zeggen heb, dan kun je naar mijn
Brabantse
Tweetcafé komen. Ik zal je zeker
binnenlaten. Daar staan Brabanders om bekend,...
“kom erbij, kom erbij.” En kom je niet, ook
goed. Dan kun je nog altijd naar mijn eenvoudige
columnpodiumpje komen kijken. Iedere maandag!
Stipt op tijd. Ben ik er! Op deze plek.
Afgesproken!
Reageer
op deze column...
Geschreven op 21 januari 2010 |
|
|
|