|
|
| |
Column
Twietmagazine
Een paar dagen in Amsterdam. Een vol
programma. En tevens leger dan leeg. Een zalige
leegte. Weg zijn. Even geen rekening houden met
iedereen. Geen ‘gemam’ en ‘gemaar’. Geen gevloek
en gedoe. ‘Waar is dit? Waar ligt dat? Ik MOET
nu eten. Of straks. Of later. Veel later.’ Geen
gejank en gezeur. ‘Hij kliert mij maaaaam. Die
stomme mongol. Die fucking homo.’ Ja, ja de taal
van newkids regeert ook bij ons de keukentafel.
Bij ieder woord van die strekking veer ik op en
zeg iets in de trant van: ‘Zeg, let op je
woorden jij!’ Of: ‘Moet dat nou dat grove
taalgebruik?’ Of: ‘Ga maar naar je kamer. Lekker
vloeken tegen je eigen muren!’
Als muren konden praten. Dan vertelden ze
verhalen. Over de snelkookpan van het gezin.
Vaak is het gezellig. En harmonieus. Maar nog
vaker is er hessel. Gedoe. Dat merk je als je er
even uitstapt. De stilte is zalvend. Smeert de
ziel. Geeft lucht en ruimte. Ik stap in de taxi
op weg naar de lancering van Twietmagazine. Een
glossy waarvoor ik een nogal heftige column
schreef. Over Twitter als datingmarkt. Onderweg
vertelt de taxichauffeur, die rakelings voor een
tram langs scheurt hoe ik het beste ‘wijsheid’
kan verkopen. Geen idee waar ‘ie het onderwerp
heeft gevonden. ‘Je moet’, zegt hij met een rauw
en nasaal accent ‘gewoon uit je nek kletsen en
erbij kijken of het waar is.’ Ik lach en zie een
man in witte trui en witte broek met geboeide
handen op z’n rug voorbij rennen het Vondelpark
in. ‘Zag je dat?’ zeg ik tegen de taxichauffeur
die stoďcijns doorpraat. ‘Je hebt een gaaf
jurkje aan. Ben je vrij?’ Ik wijs op de
gevluchte man en zeg: ‘Vrij? Nee, ik heb pauze.’
Ik heb hem geleend van mijn vriendin. Deze
uitspraak. En geniet van het effect. Hij kijkt
alsof er water in z’n oren is geregend. Welja.
We hebben echt niveau hier in de auto. Ik ben op
de bestemming en betaal het ritje. De
taxichauffeur krabt achter op z’n kale kop. ‘Eh
vrouwtje, je heb prachtige sexy hakken aan, maar
je moet dat vetertje wel even strikken anders
pleurt je zo op je smoel.’ Bedankt. Fijne man
die Amsterdammer.
Op het twitterfeest krijgt iedereen een
uitspraak opgeplakt die hij of zei eerder deed.
Op mijn naamplaatje staat een oneliner
waarvan ik vergeten was dat ik ‘m maakte: ‘Soms,
heel soms heb ik gelijk.’ Het is een mooie
binnenkomer. Breekt ijs. Of ‘ie waar is weet ik
niet. Ik denk dat ik vaak ongelijk heb. Maar dat
ik daar juist van geniet. Mensen die altijd
gelijk hebben, willen hebben, zijn
bloedirritant. Ik zeg gewoon zo vaak mogelijk
‘je hebt HELEMAAL gelijk’. Doorvragers en
doordenkers nemen hier meestal geen genoegen
mee. Kijk, dan hebben we het ergens over. Het is
een ultieme test waar diepgang begint. En
geneuzel eindigt. Prachtige stad Amsterdam. De
wijsheid ligt er op straat. Dank u.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 16 november 2011 |
|
|
|