Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Twitteren
Taaltechnisch gezien is het een prachtig woord. Twitteren. Mijn dagelijks geraadpleegde bejaarde Grote Winkler Prins Woordenboek kent het woord niet. Nou is dat niet zo vreemd, want dat boek stamt uit de tachtiger jaren. De tijd dat ik ging studeren. De tijd van de typemachine, de vaste telefoon met draaischuif (althans in ons studentenhuis), de kaart en de liefdesbrief. Dagelijks zoek ik woorden op in dat dikke bruine ding. Mijn vrienden lachen erom en zeggen: Dat zoek je toch even op internet? Tuurlijk tik ik weleens een woord in op Google om even snel te checken of het goed is geschreven. Maar het bladeren in de vergeelde bladzijden van mijn taal-Bijbel is vele malen leuker, rustgevender en bovendien inspirerender dan de woorden op mijn scherm van de pc. Ik kijk ook altijd even naar nieuwe woorden, ruik aan de bladzijden, scan tig pagina’s en laat me verrassen door onbekende, fluweelzachte, ijzersterke, bijna uitgestorven, ouderwetse, meesterlijk intelligente en eenvoudig voor de hand liggende taalvondsten. Zomaar een beetje grasduinen langs de woorden. Ik weet, het zal gestoord overkomen en misschien is dat het ook wel, maar ik vergelijk het met een sterrenrestaurant versus een cafetaria. Laat je mes glijden door verschillende laagjes smaaksensatie en proef. Eet daarna een frikandel in de snackbar.
Nu ik dat getwitter steeds maar om me heen hoor en de verschraling van de taal voor mijn voeten geworpen krijg, pak ik maar weer eens zuchtend de taal-Bijbel en prik blind een woord. Mijn vinger wijst het woord 'Facitindignatio versum' aan. Het staat er echt. Ik lees het woord drie keer en tik het dan voorzichtig, letter voor letter in deze column. Hoeoeow. Oef. Ooh. Wat een woorden. Ik verslik me bijna in mijn eerste slok koffie als ik de betekenis erachter lees: (Latijns) de verontwaardiging maakt het gedicht, d.w.z. maakt welsprekend. Nou, ik bedoel maar, wordt dit mij nu niet even op bijna spirituele wijze in mijn schoot geworpen hier vanochtend? De hond kijkt niet op, zoonlief stampt hardop Franse woorden en ik ben verliefd. Verliefd op de taal. Verliefd op de combinaties van de taal. Verliefd en zielsgelukkig met het geklik van de toetsen, de steeds langer wordende teksten, het schrijvende leven. Ga ik twitteren? Als een harde vloek komt de vraag bij mij binnen. Een mail uit de Achterhoek van ’s werelds meest bevlogen, digicarma-profesionalata van de bites en bites (sorry, ik kan het niet laten Erno) schuift mijn postvak binnen. Twitteren? Kwetteren zul je bedoelen. Op bijna indiaanachtige wijze rookpluimen versturen, signalen verzenden en melden waar je bent, wat je doet en vooral met wie? Aaargh. Ik stuur de verzender een mail terug en zeg dat ik er niets van begrijp, van dat getwitter. Hij biedt aan me te helpen. Thanks. Het zal wel aan mij liggen. Iedereen snapt het, iedereen doet het en bovendien, iedereen wil het. Maar, en daarmee roep ik mijn eigengereide ik een halt toe: was ik ooit niet tegen netwerken via internet? Jaaa. En heb ik nu niet een smakelijk netwerkcircuit bij elkaar verzameld op Linked-in? Si. Dus? Dus, oké, oké, twitteren is nieuw en ik ben niet zo goed in nieuwe, technologische, hippe, razendsnelle communicatie methoden. Ja? Ja en het spijt me dat ik zo traag en wazig blader in mijn bijna uiteengevallen woordenboek en afwijzend reageer op moderne taaluitingen. Goed, goed. Ik ga een lesje volgen. Eentje maar? Een twitter-lesje. Een uur. En dan? Dan ben ik misschien wel om. Om? Ja, om een keer te twitteren. Oh! Leuk voor je. Dank je.

Reageer op deze column...


Geschreven op 23 april 2009
 

Sitemap