|
|
| |
Column
Wreedheid
Zou Nederland van Texel tot Limburg 17 meter
zakken en dan in één
klap onder de zeebodem schuiven, dan kwam de
vloedgolf misschien wel tot aan Duitsland. Ik
probeer de catastrofe in Japan een ‘gezicht’ te
geven. Een land dat verdrinkt spreekt tot de
verbeelding. De oerkracht maakt ons mensen
nietig en dwingt een ieder, van hoog tot laag,
nederig op de knieën. Zoals Japanners dat doen!
Ze buigen hun hoofden, slikken wrange woorden
in, staan manmoedig op en gaan door. En dat met
een - voor ons - onbegrijpelijke glimlach op hun
gezicht. Hoe anders zou het zijn als wij hier
zoiets zouden meemaken? Miljoenen vingers die
meteen een schuldige zouden aanwijzen. De
regering, falende meetapparatuur, ondeskundige
wetenschappers. Buitelende meningen en golven
massahysterie zouden het moraal stuk doen slaan
op wat beter gebruikt kon worden voor
wederopbouw. Of overdrijf ik nu? Vast! Ook wij
kunnen als het moet de schouders ergens onder
zetten. Ook wij kunnen als het niet anders kan
ongekend krachtig de handen ineen slaan.
Verbroederen. Herrijzen uit as. Maar niemand
beschrijft de gevolgen van een dergelijke beving
mooier en surrealistischer dan de Japanse
schrijver Murakami in zijn verhalenbundel ‘Na
de aardbeving’. De verhalen spelen zich af
in februari 1995, gevangen tussen twee
gruwelijke Japanse gebeurtenissen: de
aardbeving in Kobe in januari en de gasaanslag
in de metro van Tokio in maart. En wrang genoeg
werd de actualiteit Murakami’s beste
marketingstrategie.
In het verhaal ‘Een UFO in Koshiba’
verliest de hoofdpersoon Komura zijn vrouw door
de aardbeving. En niet omdat ze wordt bedolven.
Na vijf dagen onafgebroken tv-kijken verlaat ze
haar man met de afscheidsnoot: 'Zeker, je bent
lief, vriendelijk en knap om te zien, maar leven
met jou is als leven met een klomp lucht.' En zo
verweeft Murakami de wreedheid van de natuur met
de wreedheid van de mens. Er is eigenlijk geen
verschil. Door emoties bedolven worden kan
eveneens verstrekkende en verwoestende gevolgen
hebben.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 15 maart 2011 |
|
|
|