|
|
| |
Column
Zenuwen
Woorden verstaan zonder dat er gesproken
wordt. Met muziek kan het. Iedere noot is een
woord. Iedere klank een gevoel. Nu ik op toer ga
met mijn lieve collega en contrabassist Harry
Emmery besef ik meer en meer dat snaren kunnen
praten. Ik versta ze in ieder geval. Terwijl ik
geen noten kan lezen. Ooit. Ooit kon ik dat.
Maar net als pianospelen ben ik dat verleerd. En
dat is prima. Want mijn brein zit vol genoeg. En
noten werken bij mij hetzelfde als cijfers.
Eenmaal binnen rammelt alles door elkaar.
Vreemd, want woorden die in cijfers zijn
aangeduid kan ik wel lezen. Iets klopt er niet
in die bovenkamer van mij. Maar goed. Er valt
mee te leven. Tegenwoordig geef ik gewoon toe
dat mijn bètageheugen niet helemaal de juiste
barcodes heeft meegekregen.
En lach erom. Sowieso is het heerlijk
tekortkomingen weg te lachen. Niets zalvender
dan dat. Veel gelachen de laatste tijd. Harry
liet me huilen van het lachen en lachen van het
huilen. Onze intensieve samenwerking maakte dat
we een leven leerden delen in minder dan een
half jaar. Vlak voor ons 1e optreden voel ik een
chagrijnige nervositeit opkomen. We bouwen op.
Contrabas. Snoeren. Boxen. Alles klaar. Even
testen in de microfoon. Ik vlucht in mijn ziel.
Weg van de kale ruimte waar Harry vragend naar
me staat te kijken. ‘Je moet echt even iets
zeggen Kat, in die microfoon!’ Starende ogen.
Afwachtende houdingen. Organisatoren die
verbaasd kijken. Het chagrijn kruipt nog iets
dichterbij. ‘Emigreren’, denk ik alleen maar.
Waarom doe ik DIT? Waarom in Godsnaam? Voor de
leeuwen. Vanavond. Mijn teksten en gedichten op
muziek van Harry. Prachtig bedacht. Klinkt ook
echt goed. Nu nog laten zien. Uit onze
comfortabele studio waar we al weken repeteren.
Eerst klein en onzeker. Nu groot en sterk. Het
podium op. Nieuwe stap. Harry kucht. ‘Kat? Zeg
even iets!’ Ik zucht. Welke acteur sloot
zichzelf ook alweer op in de wc toen een volle
zaal mensen verbaasd zat te wachten? Hij kwam
domweg niet opdagen. Spoorloos verdwenen.
Ernstige plankenkoorts. En hoorde ik Liesbeth
List onlangs niet fluisteren in de coulissen:
‘Waarom wil ik dit toch?’ Opeens begrijp ik het.
Volkomen. Doortastend pakt Harry de microfoon.
Roept er zelf een paar kreten in, stelt ‘m af en
pakt mijn hand. ‘Kom, we gaan eten. En wijn
drinken.’ Zwijgend rijden we door Haarlem. Nog
uren te gaan voordat we op moeten. Ik graaf
gaten in mijn gedachten om te zoeken naar moed.
In de pizzeria is het druk en gezellig. We eten.
Drinken. Langzaam ontspan ik. En hervind m’n
lach. Hij heeft ‘m losgepeuterd. Geen idee hoe.
Het podium is van ons. Hij fluistert vlak
voordat we opgaan nog net een befaamde uitspraak
van Frank Sinatra in mijn oor, die zei toen ‘ie
het podium opkwam: ‘Wat are these people doing
in MY room?’ Zo is het. De zenuwen zijn
geëlimineerd. Dank u.
Reageer
op deze column...
Geschreven op 16 januari 2012 |
|
|
|