Home Over Katja Boeken Gedichten Columns Nieuwsbrief Contact Nederlands Engels

   
  Lees meer  
  ... naar archief  
     
     
   
  Column

Ziek
Hyperventilatie is voor watjes, voor zenuwachtige mensen. Dat dacht ik vroeger. En soms, als alles om me heen soepeltjes loopt, denk ik het weer even. Totdat mijn oudste zoon met 40 graden koorts de zoveelste nacht ingaat. Dan opeens ben ik het grootste hyperventilerende, zenuwinzinking nabije, oppervoorbeeld van stress. Voor die nacht dan. De kenmerken van een aanval sluipen naderbij. De donkere lucht geeft het laatste zetje. De benen beginnen ongecontroleerd te trillen. De ademhaling zwabbert van links naar rechts. Ik denk aan vogelgriep. Hoe kom ik daar nou opeens bij? Aan enge vlekjesziekten en aan nekkramp. Chapeau. De aanval is nu onomkeerbaar. Ik moet rechtop gaan zitten van mezelf. Eis nummer één. Met wijd open ogen kijk ik de kamer rond. De lamp naast mijn bed moet aan. Ook zo´n dwaze eis van mezelf. Eén uur in de nacht. Dat tijdstip is ook niet bevorderlijk voor de gemoedsrust. Liever zag ik nu vijf uur op de klok, of beter nog zeven uur. De nacht doet rare dingen met de mens. Samen met mijn man probeer ik het trillen te bedwingen. Door op de juiste manier adem te halen, 3 tellen in 4 tellen uit. 'Vertel me geruststellende dingen. Geef op z´n minst twee voorbeelden van griep zoals die van ons kind.' Mijn man denkt na en warempel hij heeft een voorbeeld. Iets verzinnen heeft geen zin. Hij moet van goede huize komen. Het voorbeeld moet WAAR, ECHT en RECENT zijn. Hij vertelt over twee collega´s die afgelopen week doodziek in bed hebben gelegen. Met hoge koorts, hoofdpijn. Gevloerde voorbeelden. Ik voel de rust langzaam terugtrekken in de op hol slaande zenuwen. Oké. Mijn lief houdt me stevig vast, streelt mijn haar en zegt: 'Hij is sterk. Het komt goed. Morgen bellen we de arts. Kom we proberen nog wat te slapen. Ik kijk nog even bij hem.' Ook zoiets. Naar het hoestende, lijkbleke, koortsige kind gaan om te kijken. Ik kan het niet. Het maakt me bang en bloednerveus. Als ik mijn man bij het zieke kind een grap hoor maken, een keer hoor kuchen en wat hoor scharrelen, word ik rustiger. Hij stapt weer bij me in bed. 'En?' Ik moet het vragen. Dwangmatige eis nummer drie. 'Hij ligt heel rustig in zijn bed.' Nog vijf uur te gaan voor de ochtend om de hoek komt kijken. Ik zucht. De slaap komt. Pakt me even beet en wiegt me in een soort wakende onrust. Kind twee hoest nu ook bulderend door de stilte. Kind nummer drie gaat plassen. Kind nummer vier voelt zich niet zo lekker en staat gloeiend naast ons bed. Het is half drie. Deze nacht is afgeschreven. Definitief verplaatst naar onmogelijke ignorantie. Mooi woord voor onwetendheid. De nacht is onwetend. De mens slechts getuige hiervan. Het ochtendgloren. Drie bedjes op de bank. Nummer vier schilt dapper een peer voor de fruitpauze op school.

Reageer op deze column...
 
Geschreven op 04 februari 2009
 

Sitemap